1968.08 nr. 103

Levend Geloof 1968.08 nr. 103

Bij de voorplaat door Having M. Hopma

“En de heer zeide tot de slaaf: Ga de wegen en de paden op en dwing hen binnen te komen, want mijn huis moet vol worden” (Luc. 14:23).

De gastheer zou geen gastheer zijn als hij er geen ro­yaal féést van maakte. Het meest uitgelezene liet hij toebereiden voor zijn zakenvrienden, die onder de dekman­tel van gedegen argumenten van onbeschaamdheid blijk ga­ven. Even later is de feestzaal van de gulle heer’ een stad van armen, misdeelden en menselijke” ‘wrakken tenge­volge van de oproep: Breng ze hier.’ (Luc. 14:21). Bréngen wil zeggen: behulpzaam zijn bij het gaan. Zo de Meester, zo zijn slaaf.

Maar is het dan niet ongerijmd als die zelf­de heer tegen de genodigden van het platte land ineens als een dwingeland zou optreden? Dan had hij net zo goed zijn rijke vrienden aan de haren zijn feestzaal hebben laten inslepen. De illustratie op de voorpagina is dan ook maar’ een karikatuur, een uitbeelding die overtrokken gelovigen van hun Heer maken. Wat voor wapenen heeft het lam? Geen.

In de Lutherse vertaling wordt deze tekst: -, “Nodig ze uit, het Griekse werkwoord voor dwingen heeft een duidelijke nevenvertaling: Overtuig ze! Hoe overtuigen we de mensen?

De uitnodigingen rondbrengende slaaf moet het wel goed hebben gehad bij zijn meester, het is zeker een milde heer geweest die hem zo enthousiast deed zijn, een man die zijn slaven niet als slaven behandelde.

Via de slaaf straalde de hartelijkheid en gastvrijheid van de heer.

Als het wezen van onze Heer vanuit ons straalt, gaan massa’s harten on deuren open.

Wij kunnen niet als Jezus worden, Hij moet ons aan Hem gelijk maken.

Het is de Meester die ons het moeten afneemt en door de bewijzen van Zijn liefde dwingt.

                         

Vrijheid in Christus

Wanneer dan de Zoon u vrij gemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn”. (Joh. 08:36).

Er is in onze dagen een sterk verlangen naar vrijheid. Dit verlangen is er bij de mensen door alle eeuwen heen geweest, maar van tijd tot tijd worden wij er extra bij bepaald. Als we alleen reeds denken aan de gebeurtenis­sen van de afgelopen weken in Oost-Europa, waar miljoe­nen mensen snakken naar werkelijke vrijheid, kunnen wij slechts, dankbaar zijn voor het feit dat wij in het “vrije westen” leven.

Maar zijn de mensen hier wel werkelijk gelukkig? Waarom neemt de ontevredenheid bij velen toe, ondanks de gestegen welvaart en de toenemende vrije tijd9

Omdat- de werkelijke vrijheid alleen te vinden is in Jezus. Iedere andere vrijheid stelt steeds weer opnieuw teleur en is bovendien maar tijdelijk. Alleen de vrijheid die Jezus geeft, maakt werkelijk vrij.’

Wilt u deze echte vrijheid leren kennen? Aanvaardt Je­zus dan nu als Redder en Bevrijder. Geloof in Hem met geheel uw hart en u zult bevrijd worden uit satans macht. De duivel kwam in deze wereld met zonde en ziek­te, vrees, twijfel, angst en dood, maar Jezus kwam om zijn werken te verbreken. Halleluja.’ Hij gaf Zijn leven, Hij vergoot Zijn bloed en liet Zijn rug doorstriemen. 0, welk een vrijheid bracht Hij teweeg voor de mensheid. Hij vraagt slechts geloof om die vrijheid deelachtig te wor­den. Zodra u Hem in het geloof toelaat in uw leven wordt alles anders, alles nieuw, en bent u volkomen vrij.’ an ontvangt u van Hem een eeuwigdurende vrijheid. Weliswaar zullen wij, zolang wij’ hier nog in een lichaam van vlees en bloed zijn, nog geestelijk moeten strijden om de vijand te weerstaan, maar deze tijdelijke strijd weegt niet op tegenover de eeuwige heerlijkheid die wij straks ontvangen. Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn heeft Christus ons vrijgemaakt”. (Gal. 05:01) Halleluja.’

 

Van de redactie

In memoriam Jan van Gijs

Op zondag 4 augustus is, na een ernstige ziekte, in Zijn Heer en Heiland ontslapen broeder Jan van Gijs, mede­redacteur van “Kracht van Omhoog”. Jan van Gijs leerden wij reeds vele jaren geleden kennen op het toenmalige Bijbelcentrum “De Herdershof” te Heerde. Hij was vrucht van het werk van “De Hezenherg” uit Hattem, evenals de re­dacteur van dit blad, zodat we reeds direct een “punt van contact” hadden. In de loop der jaren is Jan van Gijs uitgegroeid tot een belangrijk instrument in Gods hand, waardoor zeer velen de weg naar volle verlossing in Jezus Christus vonden. Zijn werk gaat ook na zijn heen­gaan nog door via de vele boeken die van zijn hand ver­schenen, en waarvan het eerste(“Op zoek naar waarachtig geluk”) het meest verkochte evangelisatieboek van ons land werd.

Tien jaar geleden 

Tien jaar geleden was broeder” Osborn in ons land. De onvergetelijke campagnes op het Malieveld en Bodenterrein liggen velen nog vers in het geheugen. Zij veroor­zaakten bovendien een grote doorbraak van het volle evangelie in Nederland. Ter gelegenheid van dit “jubile­um” wordt er op zondag 8 september een speciale herden­kingsdienst gehouden in het Capitol—Evangelie-Centrum, Loosduinsekade 222, Den Haag, om 19.50 uur, onder lei­ding van br. Joh. Maasbach, destijds tolk van br. Osborn. Er zijn ook samenkomsten om 10 uur en 15 uur(doopdienst).

Vreugdedag

De VEZA organiseert dit jaar weer de jaarlijkse Volle Evangelie Vreugdedag in de Expohal te Hilversum, op za­terdag 26 oktober.

De VEZA organiseert verschillende regionale bijeen­komsten, o.a. te Zwolle op zaterdag 21 september om 16 uur in hotel “Geytenbeek” bij het station. Spreker Ds. M. de Jong en Zr. E. van Riemsdijk.

Samenkomst Oldebroek – Behalve de op blz. 2 vermel­de samenkomsten spreekt op 14 sept. op “Johannesberg” te evang. Oni Miccolis uit Italië, 19.50 uur.

 

Volharding, in de gezindheid van Christus door J. Noë

(Filip. 01:27-30; Filip. 02:01-18)

Lieve vrienden, toen ik zo de brief van Paulus aan de Filippenzen doorlas en ik aan bovenstaand gedeelte mijn aandacht wijdde, kreeg ik het in mijn hart eens hierover te schrijven. Het is n.l. een zo’n uiterst belangrijk Schriftgedeelte.

Paulus begint als volgt:

“Alleen, gedraagt u waardig het evangelie van Chris­tus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwe­zig blijf, ik van u moge horen, dat gij vast staat in één geest, één van ziel medestrijdende voor het ge­loof aan het evangelie, zonder dat gij u in enig op­zicht door de tegenstanders laat beangstigen. Hierin is voor hen een aanwijzing van hun verderf, doch van úw behoud, en dat van Godswege”.

Als kinderen Gods, als volgelingen van Christus, moeten wij in alle omstandigheden, waarin wij komen te verkeren, volharden in de gezindheid van Christus als Zijn waarachtige getuigen, Zijn evangelie waardig”.

Niet alleen persoonlijk, maar ook als gemeente, Zijn Gemeente, zijn Lichaam, moeten wij als levende stenen aan de hemelse tempel één van geest en ziel zijn en front ma­ken tegen onze tegenstanders en tonen, dat wij geloof hebben in dat evangelie, het evangelie van het koninkrijk.

Dus niet alleen onze woorden, maar ook onze daden moe­ten hiervan getuigen, opdat wij het evangelie niet tot een bespotting maken.

Door de Heilige Geest krijgen we inzicht in het evangelie van het Koninkrijk, in de geestelijke dingen. Onze aardse tegenstanders worden gebruikt door satan en zijn demonische machten. Wij moeten dus niet strijden tegen vlees en bloed, maar tegen deze machten in de hemelse ge­westen, Efeze 6. Als huisgenoten Gods moeten wij dus in een geestelijke strijd, dat wil zeggen een strijd in de geest satan en zijn trawanten weerstaan en overwinnen en dit is alleen mogelijk door de kracht van de Heilige Geest.

De boze geesten zullen ons van alle kanten belagen om ons ten val te brengen, hetzij in het lichaam of buiten het lichaam door middel van het gezin, familie, vrienden, vreemden, mensen waar je mee samenwoont, gebeurtenissen rondom je, buiten of in de gemeente, broeders of zusters in de Heer, enz., enz., en als we nu de tactiek van onze geestelijke vijand door hebben, dan laten we ons er ook niet door beïnvloeden en beangstigen. We staan als een rots in de branding, als overwinnaars in Jezus Christus.

“Hierin is voor hen, onze tegenstanders, een aanwij­zing van hun verderf, doch van uw behoud, en dat van Godswege” Halleluja!

Deze volharding tot Christus moet dan ook de vrucht van de Geest voortbrengen, zie Galaten 5, Paulus zegt in hoofdstuk 2 van de Filippenzen-brief? Betoon liefde en wees met ontferming bewogen voor en doe barmhartigheid aan je naaste; wees zonder zelfzucht of ijdel eerbejag, in ootmoedigheid achtte de een de ander uitnemender dan zichzelf en lette niet slechts op eigen belang, maar ook op dat van anderen.

Helaas laat bij ons een en ander wel te wensen over. Wat de liefde en barmhartigheid betreft, betonen wij dit wel aan onze naasten in woord en daad, zoals Jezus dit van ons verlangt? Staan wij wel hen met geheel ons hart ten dienste en zijn wij hen wel behulpzaam ook in zogenaam­de kleinigheden, voor zover het in ons vermogen ligt dit te doen? Onze naasten zijn niet alleen onze broeders en zusters in de Heer, maar ook of beter gezegd juist – de anderen, die door de duivel gebonden zijn. Denk aan de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.

Deze liefde en bewogenheid voor anderen kan alleen Je­zus door Zijn Geest in ons hart leggen. Daar moeten wij dus naar streven. Nu wat de nederigheid en ootmoedigheid betreft, de Schrift zegt? “Wie Jezus toebehoren hebben het vlees met al zijn hartstochten en begeerten gekrui­sigd”. Zo moet het dus zijn, maar wij bemerken wel, dat het nog lang zo niet is. Speelt ons “eigen ik” nog altijd niet een belangrijke rol en hebben we niet erg lange tenen? Zijn we niet vaak erg met ons zelf ingenomen? Willen we niet graag aan anderen laten zien, hoever we geestelijk . zijn gekomen en hen eventjes vertellen hoe het is, waarbij ‘het aan kritiek ten opzichte van anderen niet ontbreekt? Gebeurt het niet dat figuren, die graag willen domineren, hun wil op anderen willen leggen en zo nodig over hen willen beschikken zoals het hun goeddunkt?

Laten we onszelf eens aan een grondig onderzoek onder­werpen en indien deze geesten van hoogmoed, eerzucht of heerszucht in ons aanwezig zijn, dan moeten zij er zo spoe­dig mogelijk uitgeworpen worden.

Paulus zegt in de verzen 4 tot en met 9 van het tweede hoofdstuk van de Filippenzen-brief: (Filip. 02:04-09)

“Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zich­zelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienst­knecht heeft aangenomen, en de mensen gelijk gewor­den is. En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises”.

Jezus zei tot de discipelen bij de voetwassing: “Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten ge­wassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb”(Joh. 15:14-15).

Jezus was, alhoewel Hij in heilige toorn kon ontbrand­den, de verpersoonlijking van liefde, zachtmoedigheid, bewogenheid, goedheid, vriendelijkheid, barmhartigheid, ootmoedigheid en nederigheid. Hij heeft in volle liefde tot de Vader, in absolute gehoorzaamheid, Diens wil ge­daan, al werd Hij bespot, gehoond, gesmaad en geslagen en moest Hij een ontzettend lijden doorstaan.

“Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!”(Filip. 02:09-11).

Jezus is ons ten voorbeeld en wij moeten als Zijn volge­lingen in Zijn voetsporen treden. Hoe moeilijk het ook moge zijn, we moeten volhouden in de gezindheid van Christus. Paulus zegt in (Filip. 02:01-04; Filip. 02:16): “Doet alles zonder morren of “bedenkingen” opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld,  het woord des levens vasthoudende”.

 

Het leven begint bij Jezus een serie Bijbelstudies door Jenny Manschot (6)

De taak van de borg

Reeds vóór de grondlegging der wereld heeft Jezus zich als borg opgeworpen voor de mens. (Ef. 01:04-05; 2 Tim. 01:09c-10a).

Wanneer iemand zich bereid heeft verklaard als borg op te treden voor een bepaalde persoon, dan houdt dat in, dat, wanneer eventueel die persoon in gebreke blijft, hij in diens plaats, datgene volbrengt, waarin die persoon ge­faald heeft. Als de borg aan de verplichtingen van de in gebreke gebleven persoon voldaan heeft, is die persoon volgens het recht, volgens de wet, vrij van verplichtingen, vrij van zijn schuld. De schuldeiser kan hem daarover niet meer aanspreken. De ‘borg treedt op als middelaar tussen schuldenaar en schuldeiser, want hij ruimt de schuld uit de weg die er ligt tussen de schuldenaar en de schuldeiser.

Toen Jezus zich borg stelde voor de mens, hield dit eveneens in, dat Hij zich bereid verklaarde om, als de mens soms in gebreke mocht blijven (falen mocht), in zijn plaats te treden om datgene, waarin de mens faalde tegenover God, voor hem te volbrengen.

En Hij die beloofd heeft, is getrouw.’ Jezus heeft het volbracht. Jezus is de middelaar geworden tussen God en mensen. De schuld, die er lag tussen de mens en God, heeft Jezus uit de weg geruimd. Halleluja! (Heb. 10:25c 24a; 1 Tim. 02:05b-06a; Heb. 07:22b-25a; Heb. 08:06b; 1 Petr. 01:18, (wordt vervolgd)

 

Volharding tot het einde door Dirk A. Wols.

“Want gij hebt volhar­ding nodig om de wil van God doende, té verkrijgen hetgeen be­loofd is”. (Heb. 10:36).

Langzamer­hand gaat het tot ons door­dringen dat wij, om het be­loofde land te bereiken, zullen moeten strijden. Zo in het begin van onze opwek­kingen dachten we allen wel, dat we nu het lek boven had’ den en ons de overwinning zo maar in de schoot geworpen zou. worden. We hadden slechts de naam van Jezus te ge­bruiken en ziekten zouden wijken en boze geesten zomaar worden uitgedreven.

De praktijk is echter wel een beetje anders. Het is goed, dat wij dat zien, zonder elkaar te gaan verwijten. Weliswaar heeft Jezus de overwinning volkomen behaald over zonde, ziekte en machten, maar niet, om ons dat als verwende kinderen zomaar in de schoot te werpen. Hij kan dat natuurlijk wel. Aan Zijn almacht behoeven we niet te twijfelen. God kan ons zonder slag of stoot een luilek­kerland binnenvoeren waarvan de schoonste kindersprook­jes nooit hebben gedroomd. Maar dat is niet de weg. Als God dat zo gewild had, dan had dat zo geweest, maar Gods wil is anders. Gods wil is, dat wij door strijd en lijden heen geloof zouden oefenen en volharden te gaan de wegen die Hij ons heeft voorgesteld. En om de satan alle wind uit de zeilen te nemen, is God Zelf in Jezus Christus ons hierin voorgegaan. Via het kruis kwam Hij tot de overwinning en verwierp het voorstel van de hel om tot de glorie te komen zonder kruis en zonder lijden.

Dat probeert de hel nog steeds bij de kinderen Gods, Jezus heeft toch alles volbracht, zegt hij dan, waarom maak je je dan nog druk, doe toch niet zo vroom al sof door jou inspanning en lijden verlossing gebracht moet worden. Inderdaad heeft Jezus alles volbracht en daarom kunnen we de weg gaan die Hij ons wijst, namelijk de weg van het lijden tot de zegepraal. Hij is de eerste ge­weest en als er eenmaal een is geweest dan is de weg vrij voor die wil volgen.

We hoorden eens iemand zeggen, dat God Zijn kinderen vertroetelt en bewaart en wel zou zorgen dat alle narig­heid verre van hen bleef. Nogmaals, God kan dat wel, na­tuurlijk. Alleen doet God dat niet. Om dit te bevestigen leze men alleen maar Hebreeën 12 en het laatste deel van hoofdstuk 11. Nogmaals, God is bij machte, om zonder strijd en lijden ons te voeren naar het beloofde land. Jericho viel door de almacht Gods zonder slag of stoot en zonder inspanning van Israël. Maar God was niet van plan het Zijn volk zo gemakkelijk te maken. Verder moesten zij strijden en lijden en bidden en vertrouwen op Hem. Ve­le Christenen verwerpen de strijd en het lijden. Zij aan­vaarden het niet als de Heer roept tot. de strijd en tot de daad en zij zeggen het alles aan de Heer over te laten. Maar de Heer zegt juist, dat wij zullen strijden en door lijden tot de overwinning zullen komen. God laat altijd wel iets van Zijn almacht zien zodat wij niet moeten den­ken dat God ons nodig heeft, daar is natuurlijk geen . sprake van. Maar God wil ons nodig hebben en God wil ons inschakelen in de strijd tegen al wat tegen God en Chris­tus is om Zijn rijk te vestigen. God wil overwinnaars in de troon en om overwinnaar te zijn moet er gestreden wor­den in Zijn Naam en kracht.

En we moeten daarin volharden.

We moeten volharden in de strijd tegen de ziekte. Door het geloof. Als het niet lukt, moeten we niet met stenen gaan gooien en de zieke beschuldigen van ongeloof, maar in dankbare gehoorzaamheid verder lijden en. strijden.

We moeten volharden in de strijd tegen de boze mach­ten. De gebondenen zullen wij moeten ontbinden want zij kunnen het zelf niet. Daarom zegt de Heer ook, dat de ge­lovigen de boze geesten zullen uitdrijven. Ook hierin volharden. Biddend strijden en strijdend bidden. Er is geen roden om te vrezen voor de hel want ze heeft inder­daad verloren maar geeft dit alleen toe als de Naam en de kracht van Jezus door Zijn bloed toegepast wordt door het geloof. Als we bang zijn moeten we niet beginnen aan uitwerping, maar volkomen beseffen dat de kracht van God sterker is dan alle helse machten bij elkaar. Oio tij ons zijn, zijn meerder dan die bij hen zijn. Ook moet men niet menen, dat er meerderen nodig zijn om machten uit te drijven. God heeft onze inzet nodig, maar niet onze kracht. Hij vraagt mensen die op de bres staan voor het verlorene en het gebondene, maar Hij vraagt geen mensenkrach­ten. De hel zei ons, dat we tien mensen nodig hadden om hem uit te werpen. Het betrof hier een zelfmoordmacht. Maar waar haalden we tien mensen vandaan? Vooral omdat velen van mening zijn dat even de handen opleggen voldoende is om de machten op de vlucht te jagen. De tekst spreekt van uitdrijven, uitwerpen, maar velen menen dat werkelijke machten één-twee-drie op de vlucht slaan, zo­dra ze de Naam van Jezus horen. Als dat zo is, en ik heb het ook geloofd, dan zou dat moeten blijken, maar het is niet zo, Gods Woord is de waarheid en die spreekt van volhardend uitdrijven.

Opdat wij zouden strijden en overwinnen in Zijn kracht. Als we nederlagen lijden in deze strijd, zullen we dat toe moeten geven en moeten zoeken naar wegen om in de weg van volharding te overwinnen.

Wat we nodig hebben, dat is volharding. Geen tijdelijk enthousiasme kan ons de overwinning bezorgen. De hel is taai, wel verslagen, maar de overwinning moet bevochten worden. Jezus heeft de hel verslagen, maar ze is nog lang niet krachteloos. Krachteloos maken wij haar door Zijn kracht en bloed in volhardende strijd.

Stel, dat een vader rijk is en zijn kind alles kan ge­ven om die een onbezorgd leven te verschaffen. Hij brengt zijn dagen door in plezier en, van het ene feest in het andere vallende, heeft hij een leventje als een prins. Maar de zaken gaan niet goed en plotseling staat de zoon voor het bankroet van zijn ouders. Zelf kan hij niets, heeft niets geleerd, is niet bestand tegen de stormen des le­vens, kan zich niets verwerven door arbeid en vlijt, om­dat alle strijd om het bestaan verre van hem gehouden is. De ouders hebben dwaas gehandeld. God is rijk. Alles is van Hem en alles gehoorzaamt Hem. Hij kan Zijn kinderen alles schenken zonder slag of stoot. En Hij zal ook nooit failliet gaan. Maar God doet het niet. God laat Zijn kin­deren strijden. Hij brengt hen door lijden heen tot de kroon. Hij bezorgt hen een stel geestelijke spierballen waar de hel voor siddert omdat er de kracht Gods doorstroomt door het bloed van het Lam. Zonder strijd daar­om ook geen overwinning. God heeft het verordineerd. God heeft het lijden een plaats gegeven in ons leven opdat wij de kracht Gods in volharding zouden beoefenen. De grootste lichten in de Schrift zijn mensen geweest van lij­den en strijd. God heeft hen niet verwend. Integendeel, we zouden kunnen zeggen, dat God hen menigmaal hard en schijnbaar meedogenloos heeft behandeld. Zo aan de buiten­kant te zien. Zouden wij het dan anders willen?

Daarom, versaag niet. Voorwaarts, christenstrijders, volgt uws Konings spoor. Door lijden tot overwinning. Door volharding verkrijgen wat ons beloofd is. Schrijver dezes kan ervan getuigen. Op een bepaald front mochten wij volharden en we zullen verkrijgen wat beloofd is. In het ontbinden van een machtig hels leger bij een mens hebben we veel geleden en gestreden, maar in de donkerste uren nooit getwijfeld aan de almacht Gods in Jezus Christus. Dat geldt ook voor u. Door volharding verkrijgen we, wat beloofd is, als we ten bloede toe tegenstaan en alzo de kroon verwerven. Neem uw kruis op en volg Hem.’

1968.03 nr. 98

Levend Geloof 1968.03 nr. 98

Bij de voorplaat door Having M. Hopma

“Toen ontroerde de koning; hij ging naar het boven vertrek van de poort en weende’. ‘En ter­wijl hij heen en weer liep, sprak hij; Mijn zoon Absalom, mijn zoon Absalom.’ Och, dat ik in uw plaats gestorven ware, Absalom, mijn zoon, mijn zoon!” (2 Sam. 18:33).

Een grote koning – een beminde prins, beiden in een door God gezegend land met een internationale reputatie die respect afdwingt. Zulke landen zijn zeldzaamheden en niet meer te vinden in deze eindtijd. Maar als de prins in dat land jaloers wordt op zijn succesvolle vader en zelf ook die macht begeert, gebeuren er kwalijke dingen. Het koninkrijk wordt in een burgeroorlog gedompeld die zijn hoge plaats dreigt weg te nemen.

Maar een waarachtig koning is geen koning als hij zijn nabuurlanden aan zijn voeten dwingt, als hij een ono­vertroffen strateeg is in het beheer van de staatsfi­nanciën, maar als de Geest van de Koning der koningen in hem tranen te voorschijn roept om die in afzondering te plengen wanneer zijn generaal die meest ontrouwe prins-zoon weet te doden, hoewel ook de vrede in het land daarmee hersteld is. Meer dan dat nog – hij wenst dat niet hij, de koning, de wettelijke vorst, zijn troon in de herstelde orde kon beklimmen, maar dat zijn macht-ondermijnende zoon zijn plaats zou innemen, want dat houdt het eigenlijk in; och, dat ik in uw plaats gestorven mocht zijn.’

Vele eeuwen later gaat deze wens, bij de grootste na­zaat van koning David in vervulling in Jezus, de Koning der Joden… Bij Hem was het niet; Ach, dat Ik voor u ge­storven mocht zijn! maar Hij is gestorven om vele opstan­dige zonen tot opstandelingen te maken en tot heerlijk­heid te brengen (Heb. 02:10). Dit was alleen maar moge­lijk omdat Zijn “Koninkrijk niet van deze wereld” was.

Een vader of moeder wil voor hun kind sterven, een soldaat voor zijn land, een opofferende verpleegster voor een kolonie met besmettelijke zieken, die haar leven kunnen eisen, hoe edel en tijdelijk nodig dit ook is, het koninkrijk dat eeuwig is, is gevestigd na “Het is volbracht en is dat sterven voor ons eeuwig gewin. Gedekt onder dat bloed zien we uit naar Hem, die- dat voor ons over had en binnenkort weerkomt’ om op Davids troon de volkeren persoonlijk te leren dat Hij, uitsluitend Hij degene is die de Weg en de Waarheid is tot de vrede, die alle verstand en menselijke pogingen te boven gaat. Maranatha.’

 

Van de redactie

Eindtijdgeneurtenissen: Enkele jaren geleden besteden wij in de rubriek “Nieuws met en zonder commentaar veel aandacht aan allerlei gebeurtenissen van deze eindtijd in het licht van de Bijbel. De laatste tijd is deze rubriek wat op de achtergrond geraakt, tengevolge van de uitbreiding van het aantal artikelen over het persoonlijk en gemeentelijk geloofsleven. Ook in de toekomst zullen deze artikelen een belangrijke plaats in “Levend Geloof” blijven innemen. Redacteur en mede­werkers hopen steeds over alle facetten van de volle- evangelie-boodschap te schrijven onder leiding van de Heilige Geest. Daarnaast zullen wij echter in verschil­lende rubrieken aan vele gebeurtenissen van deze eind­tijd meer aandacht besteden dan tot dusver. Eén van de­ze rubrieken start in dit nummer onder de titel “Gods profetie voor onze eindtijd” en wordt verzorgd door onze medewerker br. H. M. Hopma. Het bevat artikelen uit het Amerikaanse blad “The Plain Truth”. Dit in ‘kleuren uitgevoerde blad van 52 blz. wordt iedere maand gratis verspreid en heeft een oplage van meer dan 1 miljoen exemplaren met Engelse, Franse en Duit­se edities. Het behandelt de eindtijdgebeurtenissen in het licht van de Bijbel. Uiteraard behoeft men het niet in alle dingen met het geschrevene eens te zijn. Wij geloven dat het echter van groot belang is dat wij meer gaan letten op alle “tekenen der tijden” ” waarvan Jezus sprak. Het is enkele minuten voor twaalf op de wereldklok!

Corrie ten Boom: De directeur van “Trans World Radio – Nederland , dé heer Joh, v.d. Steen, verleende ons toestemming tot publikatie van een drietal radiotoespraken
door de bekende wereldevangeliste Corrie ten Boom over het onderwerp: “Overwinning over demonen”. Elders in dit nummer vestigen wij de aandacht op de evangelisat
ie uitzendingen in het Nederlands van “Trans World Radio”.

Zendingsdag – Nog enkele dagen scheiden ons van de grote Volle Evangelie Zendingsdag in de Expohal te Hilversum. Nogmaals wekken wij al onze lezers op deze dag mee te maken. Kom zelf en, breng anderen mee!

 

De gezindheid van Christus door Gert Jan Doornink

“Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En indien gij op enig ander punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren; maar hetgeen wij be­reikt hebben, in dat spoor dan ook verder”(Filip. 05:15-16).

Volmaakt in Christus

Een kind van God is volmaakt in Christus. Welk een won­derbare zekerheid is dat’ Zodra wij Christus hebben aange­nomen als onze Verlosser en Zaligmaker zijn we volmaakt ge­worden in Hem. Waarom? Omdat een volmaakte Christus in ons woont. Een Christus die onze zonde en ziekte droeg, die liefde is, die de dood voor ons in ging. Een Christus die rust en kracht geeft en op wie wij onze zorg kunnen werpen. Een Christus die gezegd heeft: Ik ben de Opstanding en het Leven en die de satan overwon. Halleluja.’

Deze volmaakte Christus woont in ons en wordt, naarmate wij Hem in gehoorzaamheid volgen, openbaar in ons leven. Dit is de wil van God: Dat de gezindheid van Christus in en door ons leven tot uiting komt.

Hoe was het met deze gezindheid van Christus in het le­ven van Paulus gesteld? Werd het werkelijk openbaar wat hij aan de Galaten schrijft: “Niet ik, maar Christus leeft in mij”? (Gal. 02:20)

Als wij Filippenzen 5 lezen wordt ons al spoedig duidelijk dat Paulus slechts één verlangen kende: De gezindheid van Christus openbaar te maken. Daar strekte hij zich naar uit. Daar leefde hij voor. Daarom was hij in alle dingen ge­hoorzaam.

Paulus vertelt in Filippenzen 5 wie hij was en hoe hij gezind was, hij was een echte Jood, wettisch in elk opzicht. Hij was, zoals alle mannelijke Joden, besneden op de achtste dag. Hij was naar de wet een Farizeeër (Filip. 05:05), ja zelfs een fanatieke Farizeeër (Filip. 05:06) en naar de gerechtigheid der wet onberispelijk. Paulus had, zoals hij zelf zegt, alle reden om op vlees te vertrouwen (Filip. 05:04). Maar… “Alles wat mij winst was, heb ik om Christus wil schade geacht”(Filip. 05:07). Waarom? “Omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat”(Filip. 05:08). Het spreekt vanzelf dat het hier niet gaat om verstandelijke kennis, maar “kennis met het hart”.

In (Filip. 05:09) wijst Paulus op de grote tegenstelling; wet en geloof. Er zijn vele kinderen Gods die Christus binnenlaten door de voordeur en door de achterdeur ook weer de wet. Maar het is alles geloof. Waarom?

Om (Filip. 05:10):

1.Jezus te leren kennen,

2.en de kracht zijner opstanding,

3.en de gemeenschap aan zijn lijden,

“of ik aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden”, met andere woorden; Pau­lus wilde in alles Christus gelijk worden. Hij had slechts één doel voor ogen (Filip. 05:14); “Vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus”.

Deze gezindheid van Paulus wordt ook van ons gevraagd. Paulus was niet tevreden dat hij volmaakt was in Christus Jezus. (Over het openbaar worden van Jezus in zijn leven zei hij: “Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ik ook door Christus Jezus gegrepen ben” (Filip. 05:12). Hij wilde een diepere, hogere weg. Hij wilde in alles Christus gelijk zijn. Zo moeten ook wij gezind zijn. Anders ontstaat er “valse rust”, gemakzucht, enz. Ons levensdoel moet zijn: de gezindheid van Christus openbaar maken.

En indien gij op enig punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren (Filip. 05:15). Hoe?

1.Door Zijn woord.

(Indien gij in Mijn woord blijft zijt gij waarlijk Mijn discipelen, zei Jezus).

2.Door Zijn Geest.

(De Heilige Geest leidt ons in alle waarheid).

Wat hebben wij bereikt?

Wanneer Jezus de Bergrede uitspreekt, spreekt Hij er over dat ons geloof op de rots gefundeerd moet zijn (Matt. 07:24-27). Jezus is dus het fundament. (Geen zand-fundament).

Op Hem moeten wij ons geloof bouwen. Dit “bouwen” houdt ook groeien in, want wij moeten groeien in het geloof. Daarom spreekt Hebreeën 5 over “melkvoeding” en “vaste spijs”.

Zoals een pasgeboren baby melk als voeding krijgt, zo heef u een pasbekeerde geestelijke melkvoeding nodig.

(Heb. 05:12) spreekt over de “eerste beginselen van de uit­spraken Gods” en (Heb. 06:01) over het “eerste onderwijs aan­gaande Christus” en over “het fundament”,

Als wij dit fundament eens even onder de loep nemen blijkt dat het hier om belangrijke dingen gaat:

1.Bekering van dode werken.

2.Geloof in God.

3.Leer van dopen (de doop door onderdompeling en de doop met de Heilige Geest)

4.Oplegging der handen,

5.Opstanding der doden,

6.Eeuwig oordeel.

Hoe ver is het Naam-Christendom van dit fundament af­gedwaald. Wat is er veel onkunde en vijandschap tegen dit fundament. Wat haat de duivel dit volle evangelie.

Paulus zegt in (Gal. 01:06-11) dat er maar één evangelie is. En dit evangelie is niet naar de mens. (Gal. 01:11).

Bouwen op het fundament

Wanneer wij nu de volle weg met Jezus willen gaan, moe­ten wij deze eerste beginselen laten rusten. Let wel: Niet wegdoen, niet wegredeneren, niet overslaan. Dit is juist het fundament waar wij verder op moeten bouwen.

Men maakt de volle-evangelie-christenen wel eens het verwijt dat zij altijd weer dezelfde dingen naar voren brengen, maar ik geloof dat het noodzakelijk is voor de jongbekeerden en het is ook wel nodig dat de “volwasse­nen in het geloof” af en toe eens herinnerd worden wat het fundament van hun geloofsleven is.

Paulus zegt dat wij verder moeten in dat spoor. Dit fundament dus niet wegdoen of overslaan. Maar verder bou­wen. Ons richten op het volkomene. Ons zelf geheel op het altaar leggen. “Alles verlaten om Christus wil” (Mark. 10:28-31).

Hoe bouwen wij op het fundament? (1 Kor. 03:10-15) geeft daarop een duidelijk antwoord. Wij kunnen bouwen met hout, hooi, stoppelen, met andere woorden; bouwen in eigen kracht, ons zelf zoeken, vleselijke activiteiten openba­ren; of bouwen met goud, zilver of kostbaar gesteente dat is die dingen doen welke de Heer vraagt. Daarom is het zo belangrijk dat onze levenshouding, steeds is; “Heer, wat wilt Gij dat ik doen zal?”

De volle weg met Jezus gaan

De gezindheid van Christus openbaar maken, betekent dat wij bereid zijn de volle weg met Jezus te gaan. We mogen niets achterhouden. Een oprecht kind van God dat slechts één verlangen heeft; de Heer volkomen te volgen, zal daarom uiteindelijk loskomen van iedere gebondenheid en zonde. Jezus alleen is de triomfator in Zijn leven en de wereld zal het merken.

Daarom zijn de gevolgen van het volkomen gehoorzaam zijn tweeërlei;

1.Voor ons zelf; Het geloofsleven met de Heiland wordt steeds heerlijker. De gemeenschap met Hem steeds voller. Satan heeft geen vat meer op ons, want, als Noach en Henoch, “wandelen we met God”.

2.Voor de wereld; Zij ziet Jezus in ons. En de vruch­ten kunnen niet uitblijven.

Ga de volle weg, die ook Paulus ging. Waarom niet?

Hij zegt niet voor niets dat wij hemelburgers zijn, dus moet ook onze wandel hemels zijn. (Filip. 03:20-21); “Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen”.

Jezus heeft in (Matt. 05:13-14) gezegd dat wij het “zout der aarde” en het “licht der wereld” zijn. Wij zijn daarom ge­roepen zijn beelddragers te zijn en zijn gezindheid te to­nen in deze donkere wereld. Paulus schrijft in (Filip. 02:05): “Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was”. Is dit ook uw verlangen???

 

Nederigheid door Jan W. Companjen

“Lief zijn voor elkaar” het modewoord dat men overal kan horen, is geen onbekende klank in de godsdienstige wereld. Het gebod der liefde door Jezus uitgesproken in het hogepriesterlijk gebed, zie Joh. 17:20-23) is vaak de kapstok waaraan alles opgehangen moet worden.

Het moet mij echter van het hart dat er juist met de geweldige waarheden van dit machtig eindgebed des Heren het meest gemarchandeerd (d.w.z.  koehandel in geestelijk opzicht) wordt. Willen wij de vraag beantwoorden waaruit de zo veel genoemde en geroemde nederigheid van Jezus bestond, dan zien wij door alles heen dat Hij trouw was tot in de dood in het volbrengen van de wil des Vaders die Hem gezonden had.

Na zijn doop in de Jordaan, waar hij ten aanschouwen van de onzienlijke wereld uitdrukking gaf van zijn innerlijke wilsbeschikking, komt er een nieuwe fase in het leven van Jezus. Bij de doop aanvaardde hij namelijk zijn opdrachten in deze wereld. Daar aanvaardde Hij reeds zijn weg naar het Kruis, maar ook de geweldige strijd tegen de overheden en machten, tegen de wereldbeheersers der duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Hij aanvaardde alles onverdeeld, als één man, als één mens uit één stuk. Kent u die uitdrukking? Het wil zeggen dat Jezus gericht was op slechts één ding en dat was de wil doen van de Vader.

Het antwoord van de vader op deze belijdenis (wat is de doop toch een machtig teken) was zo machtig en groot dat het haast niet met menselijke woorden is uit te drukken. Het Koninkrijk der Hemelen brak door, vanaf dat ogenblik begon de strijd in de hemelse gewesten, dat wil zeggen in de onzienlijke wereld. Daar werd de periode van strijd tegen vlees en bloed afgesloten en werd het front verlegd naar de onzienlijke wereld van de inwendige mens. Deze nieuwe fase werd ingeluid met een machtige boodschap uit de hemel, de Geest Gods viel op Jezus uit een geopende hemel en een stem zeide: Deze is mijn zoon, de geliefde, in wie ik mijn wel behagen heb.

xxx De werkelijkheid van dit nieuwe leven breekt snel door. Jezus wordt terstond aangevallen door Satan, die hem het Zoonschap Gods betwist en hem tracht terug te brengen naar de dingen van de zienlijke wereld, zoals brood om te leven en heerschappij over aardse Koninkrijken. Hij overwint en dan komen er machtige dingen openbaar, engelen dienen hem en hij keert terug in de kracht van de Heilige Geest roepende: Bekeer u, kom tot mij en wordt mijn navolgers, want het Koninkrijk der hemelen, het hemelse Kanaän, het hemelse Jeruzalem, is nabij gekomen, is bereikbaar voor u geworden. Slechts weinigen, misschien zelfs niet een, heeft begrepen wat deze oproep tot bekering tot gevolg zou hebben. De onreine geesten in de onzienlijke wereld waren in deze betere op de hoogte. Zijn eerste optreden in het openbaar bracht dat zeer opmerkelijk aan het licht. Ten eerste bracht hij een andere leer. Hij leerde als gezaghebbende en niet als Schriftgeleerden. Hij sprak niet over geboden of verboden, Hij bracht geen vleselijke dienst aan God, doch Hij drong door tot de kern van de zaak en bevrijdde en herstelde de schepping op gezag van Hem die hem gezonden had. Een onreine geest, (Mark. 01:23-28) die bezit genomen had van een man riep uit, luid schreeuwende: wat  hebt gij met ons te maken, Jezus van Nazareth? Zijt gij gekomen om ons te verdelgen? Ik weet wel, wie gij zij het: de heilige Gods. Maar Jezus bestrafte die geest en zeide: zwijg stil en ga uit van hem. En de onreine geest deed hem stuiptrekken en ging onder groot geschreeuw van hem uit. Jezus genas en herstelde een mens die door Satan overweldigd was. Hij bracht aan het licht dat elke macht en kracht ondergeschikt was aan zijn woord.

Later is er een man in diezelfde stad die inzicht heeft in deze dingen. Moet komen, Het is de hoofdbaan uit katern een punt. Hij roept de hulp van Jezus in als zijn knecht ziek is. Jezus hoeft niet te komen, want, zegt hij, spreek slechts een woord en mijn knecht zal genezen. In een illustratie geeft hij dan weer dat hij doel en werkwijze van Jezus opdracht begrijpt. Hij zegt: Ik neem zelf een ondergeschikte plaats in met soldaten onder mij. Als ik zeg tot de een: kom, dan komt hij; als ik zeg tot de ander: ga, dan gaat hij. Hij begreep dat in de geestelijke wereld Jezus alle macht heeft in hemel en op aarde.

Zijn nederigheid om de wil te doen van de Vader maakte Hem tot een Heerser in de geestelijke wereld. Nu zullen velen zeggen dat de wil Gods doen niet alleen met nederigheid op te lossen is en toch wil ik stellen dat hierin de oplossing voor alle problemen ligt. Nederigheid ten aanzien van de wil van God begint namelijk ergens doch eindigt nergens. Men moet steeds in de wil des Heren blijven. Jezus Christus is als vlees geworden woord Gods in de wereld gekomen. Hij is het Godslam en buiten deze door God de Vader aangewezen weg, is er geen weg. Er is een weg naar het hemelse Kanaän aan en die weg is door de Vader bepaald. Er is een nieuw leven, doch dat leven is er alleen maar voor hen die in Christus zijn, dat wil zeggen, die op die weg zijn gegaan, die daartoe door God bepaald is. Hoevelen kunnen deze nederigheid opbrengen? Doch er is meer. Dit nieuwe leven heeft een doel en dat doel is door allerlei vroom gepraat geheel c.q. bijna geheel, verloren gegaan. Jezus kwam niet alleen maar op aarde om alleen maar een demonstratie te geven, nee, Hij kwam om de wil Gods aan ons te openbaren. Hij kwam ons openbaren, in het vlees voorleven, hoe God de Vader de mens wil hebben. Door de uitstorting van zijn Geest is de weg geopend om tot dit doel te komen, want door zijn Geest zijn wij geroepen Hem gelijkvormig te worden. Die Geest zal in ons meer doen dan wij bidden en beseffen, mits wij ons open stellen voor zijn werking in ons. Niet voor niets gaf Jezus aan het eind nog eens de duidelijke opdracht aan zijn discipelen. Dat zij moesten leren en onderhouden, alles wat hij geboden had. Waar is die nederigheid om alles weer te onderhouden? Jezus gaf ons klaar en duidelijk een fundament en het betaamt ons ook alle deze gerechtigheid te vervullen. Hoevelen kunnen deze nederigheid opbrengen? Zodra men spreekt van bekering van dode werken van het vlees tot een levende God, van oplegging der handen, van bevrijding en verlossing, van waterdoop en geestesdoop; alles een volkomen op Jezus gerichte Bijbelse fundering die mensen een ondergrond geeft waarop zij verder mogen en kunnen bouwen, komt meteen de woestijn en de verzoeking in het zicht. Demonen als wilde dieren stormen op de nog jonge gelovigen af en trachten hem of haar te bewegen tot de wereld terug te keren waar eer en heerlijkheid (soms in kerk, groep of kring) te wachten staat.

Waar zijn zij die de nederigheid op kunnen brengen om verder te gaan, om Hem gelijkvormig te worden in Zijn Le­ven zoals Hij dat ons geopenbaard heeft na Zijn terugkeer uit de woestijn. Misschien zijn 40 dagen woestijn voor ons niet genoeg en hebben wij in plaats van 40 dagen wel veer­tig jaren nodig om Hem in deze gelijkvormig te worden, maar waar blijft dan onze volharding om trouw te blijven?

Indien wij deze dingen gaan verstaan, zullen wij ook het Hogepriesterlijke gebed beter gaan begrijpen. Dan zullen wij gaan beseffen, wat het betekent dat Hij ons Zijn Naam bekendmaakte. Dat wij als Zijn volgelingen, mogen handelen op gezag van die Naam, omdat wij Zijn Lichaam, de Gemeente zijn. Dat Hij de Woorden zoals Hij die sprak heeft doorgege­ven aan Zijn Lichaam. Dat Hij bidt voor de leden van dat Lichaam en niet voor hen die buiten dit Lichaam staan. Hij bidt niet voor de wereld. Hij bidt ook niet voor een “op­name” uit deze wereld, maar gelijk Hij door de Vader in deze wereld gezonden is, heeft Hij ons, Zijn Lichaam in deze wereld gezonden. Zoals Hij met de Vader in de onzienlijke wereld verbonden was, zo wil Hij thans met Zijn lichaam verbonden zijn.

Die heerlijkheid die Hij had heeft Hij aldus aan ons doorgegeven en door deze werking zullen zij worden als mensen uit één stuk, opdat zij één zijn, gelijk de Vader en Jezus één zijn.

Dat is pas een machtige drie-éénheids Vader-Zoon en Heilige Geest (in en door middel van de Gemeente).

Deze waarheid is voor velen misschien niet lief, doch hierin bevindt zich de liefde Gods en die is oneindig groot.

Die liefde voert een volk terug naar de bestemming waartoe de mens geschapen is en daartoe wil ik behoren. Ik wil daartoe nederig zijn en luisteren naar Zijn stem opdat het worde: Christus alles in allen tot verheerlijking van Zijn naam, Amen.

IN ONZE EINDTYD

_______________            

Gods profetie in onze eindtijd. Citaten uit artikelen in het maandblad Plain Truth onder redactie van haar uitgever Herbert W. Armstrong,
evangelist in U.S.A.

De E.E.G.

Als omstreeks 1959 de gehele wereld verbaasd en mis­schien enigszins beangst verneemt hoe Rusland zijn Mechtaraket langs de maan schiet, een afstand van 570.960 mijl, dan staat dit als kopnieuws in de dagbladen, en radio en televisie spuiten deze prestatie uit over de gehele we­reld.

Maar het grootste nieuws in de geschiedenis gaat aan de slaperige wereld totaal voorbij, en dit is dat op 1 januari 1959 de eenheid van zes naties in werking treedt in de zogenaamde Euromarkt of Europese Economische Ge­meenschap (E.E.G.), een gezamenlijk handelsgebied dat ten doel heeft onderling de tolgrenzen op te heffen. Nauwe­lijks zijn wederzijdse handtekeningen gezet of belangrijke veranderingen voltrekken zich in de monetaire systemen onderling, nadat Gen. Charles de Gaulle de economische situatie van zijn land gered heeft door de Franse Franc te devalueren.

Dat deze eenheid een feit zou worden was al lang gele­den geprofeteerd. Jezus had de mensen zo dikwijls gewaar­schuwd op de tekenen der tijden te letten. Hij bedoelde: het op het wereldnieuws. Ook noemde Hij zijn waarachtige dienaren “wachters”: “Ik heb u tot een wachter over het huis Israëls aangesteld. Wanneer gij een woord uit mijn mond hoort, zult gij hen uit mijn Naam waarschuwen”(Ez. 33:07).

Oorlogen worden uitgevochten met geld, nog meer dan met kanonnen. Zo schildert de Bijbel ons een geweldig mo­netair apparaat, een wereld-handelsmacht, die in onze tijd gevormd zal worden en onze toekomstige veiligheid ernstig zal bedreigen: “Omdat van de wijn van de hartstocht harer hoererij al de volken gedronken hebben (een kwalijke religieus-politieke macht binnen Europa) en de koningen der aarde met haar gehoereerd hebben en de kooplieden der aarde rijk geworden zijn uit de macht harer weelderigheid (Openb. 18:05). Rijk wordende kooplieden, dronken koningen die religieus-politieke propaganda bedrijven.

Waar rijken zijn moeten ook armen zijn. In dit geval zijn de armen de Engels sprekende volken Engeland en de Vere­nigde Staten van Noord-Amerika. Het maakt verschil op welk tijdstip men een identieke stap doet, de Gaulle deed dit on zijn positie gelijk te trekken met die der andere E.E.G. landen, Engeland deed het pas kort geleden en de Dollar zal nog volgen.

Heeft dit alles dan met een plan van God met de wereld te maken? Ja, want laatst genoemde naties zullen “er onder door gaan”. Op hun is de profetie uit (Deut. 28:49-52) van kracht en hun steden zullen vallen; in de Engelse verta­ling wordt gesproken van “Poorten”, dat zijn de toegangen tot het land of wel de havens.

Nu rest de vraag waarom deze tekst op deze Engels spre­kende volken van toepassing is en niet op andere. In een der volgende artikelen zal dit duidelijk gemaakt worden, daarin zullen alle volken die vandaag bestaan in de Bijbel worden aangewezen. De’ profetie heeft voor elk land betekenis.

Dreigende wolken pakken zich samen boven eerder genoemde landen. Alle geharrewar in Brussel over de toetreding van Engeland zal op niets uitlopen. Al sinds 1958 dalen de exporten der V.S., in dat jaar al met 32% op Frankrijk, met 24% op Duitsland (“Pasadena Star News”, 17-11-’58).En als per 1 juli 1968 de tolgrenzen tussen de zes der E.E.G geheel geslecht worden, is de concurrentieslag pas goed aan de gang.

De profetie gaat door, Gods plan staat vast, wat Hij zegt doet Hij.

Wel moet voorop staan dat de welvaartstaat geen teken is van zegen, het is uitsluitend een Goddelijk plan om diegenen te treffen die een belofte dragen. Dit blijkt he beste uit (Openb. 17:08): “Het beest, dat gij zaagt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrond en het vaart ten verderve”.

De snelle opkomst van dit beest, de E.E.G. hebben wij meegemaakt. De leiders spreken steeds over politieke een­heid (dus ook militaire). Die eenheid is tot op heden nog niet geslaagd. Waarschijnlijk zal dit pas mogelijk worden door middel van de “goede diensten” van het Vaticaan, dat alléén het symbool kan zijn dat hen een maakt. Reeds twee pausen hebben dergelijke stappen ondernomen.

De profetie geeft dit alles niet, letterlijk weer, maar het zal aan de hand van bestaande aanwijzingen zo lopen dat Duitsland aan het hoofd komt van deze wereldmacht. Dan zal dit land opnieuw zijn kans grijpen; Wereldoorlog 3. God gebruikte Babel, Perzië, Griekenland, Rome om zijn plan te voltrekken. Zij kwamen als overwinnaars uit de strijd tegen de Davidsster. Ditmaal zal de Duitse adelaar dezelfde functie verrichten met de E.E.G. als partner en ‘Engeland en de V.S. als prooi.

“Hoort dit, alle gij volken, neemt ter ore, alle bewoners der wereld, zowel geringen als aanzienlijken, rijken en armen tezamen.

Mijn mond zal enkel wijsheid spreken, de overdenking van mijn hart is louter inzicht” (Ps. 049:001-004).

Het volle evangelie op de TV

Tweemaal binnen een maand werd Nederland via de tele­visie geconfronteerd met de volle evangelie boodschap.

Op zondag 25 februari was er een vraaggesprek met Anne v.d. Bijl en op donderdag 14 maart was er een kort pro­gramma met activeiten van de Volle Evangelie Zending on­der leiding van Joh. Maasbach.

Wij verheugen ons dat te midden van de vloed van sata­nische programma’s de boodschap van het volle evangelie even doorkwam. Jezus is Overwinnaar!

Bid en geloof voor meer mogelijkheden dat via de tv de eindtijdboodschap verspreid wordt.

Trans World Radio Nederland

Wij vestigen de speciale aandacht van onze lezers op de Nederlandse uitzendingen van “Trans World Radio”, Monte Carlo/Bonaire. Iedere zaterdagmorgen van 11 uur tot 11.50, korte golf 51 en iedere woensdagavond van 11 uur tot 11.15 uur, middengolf 205 m.

Programmablad, en inlichtingen worden u gaarne ver­strekt door de vertegenwoordiger voor Nederland en Bel­gië; Joh. v.d. Steen.

 

Corrie ten Boom overwinning van demonen.

Staan wij machteloos tegenover demonen? Neen!

Het  boek, waaruit wij de meest praktische kennis van demonen kunnen vinden, is de bijbel. Dat is ook het boek waaruit wij de overwinning over demonen kunnen leren in deze tijd, waar er over de hele wereld zo’n mobilisatie van boze machten is, is het geheel praktisch en nodig om te weten, hoe een kind van God, een christen, tegenover deze machten staan moet. Wij lezen heel duidelijk, dat er twee sterke wapenen ter beschikking zijn en dat is het bloed van Jezus Christus en de Autoriteit van zijn naam. Wat wil dit zeggen: het bloed van Jezus Christus? Dat wijst op het volbrachte werk aan het kruis. Toen Jezus zijn bloed gaf om ons te redden van de zonden, en niet alleen ons, maar ook de zonden van de hele wereld, heeft hij daar gedragen en met zijn bloed heeft hij ons gekocht, toen hij die vreselijke dood stierf. En zei: Het is volbracht. Maar het is meer in (1 Joh. 01:07) staat: als wij in het licht wandelen gelijk hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon reinigt ons van alle zonden. Dit is nu. Wij weten, dat Jezus niet alleen voor ons gestorven is, maar hij leeft, en nog altijd wil hij onze harten met zijn bloed reinigen, als wij onze zonden hem belijden. De duivel is bang voor het bloed van Jezus. En zelfs voor het woord. En geen wonder! In het boek van de Openbaring van Johannes staat: zij overwonnen door het bloed des lams. Wij moeten nooit mensen die onder de directe invloed van de duivel staan, behandelen, zonder eerst de bescherming in te roepen van en de bedekking door Jezus Bloed. Wij overwinnen door het bloed van het Lam. (Openb. 12:11). Hoewel we dit niet begrijpen, zullen we ondervinden dat God ernst maakt met zijn beloften als we in gehoorzaamheid handelen op zijn woord. De dwaasheid van God is zoveel wijzer dan de wijsheid van de wijzen. (1 Kor. 01:21). Alleen kennis door het geloof kan deze dingen bevatten. We moeten er ook aan denken dat de normale en veilige positie voor iedere gelovige is: gekruisigd te zijn met Christus (Rom. 06:06). Als in de botsing met satanische machten Gods kinderen aanspraak maken op de beschutting van het bloed op ongekruisigd vlees, dan blijven ze vatbaar voor de inwerking van de geesten van Satan. Spreken over de reinigende en bewarende macht van het bloed. En tegelijk niet verstaan dat het gekruisigd zijn met Christus, daar onafscheidelijk mee verbonden is, betekent de volle verlossing kracht van Golgotha niet begrepen te hebben. Het tweede sterke wapen, dat wij in handen hebben is de wonderbare naam van Jezus. In Markus 16 heeft Jezus ons gezegd, wat wij in zijn naam doen mogen en doen moeten. En in die naam mogen wij ook demonen uitwerpen. Dit in de naam Jezus. Niet Christus. Christus is de titel. Maar de naam die boven allen naam is, is Jezus. Als derde grote krachtbron hebben wij de belofte van (Hand. 01:08) gij zult kracht ontvangen als de Heilige Geest over u komt. Daar gaf de Heer ons de grote opgave: ga dan heen in de gehele wereld. En maakt al de volken tot mijn discipelen. Ge zult Mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. Voordat Hij ons deze grote opdracht gaf, begon Hij met Gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt. En het zijn de gaven en vruchten des geestes, die ons sterk maken in de strijd tegen de boze machten. Als wij ons dus afvragen: staan wij machteloze tegenover demonen? Kunnen wij een krachtig nee zeggen. De overwinning van Jezus Christus is onze overwinning. Aan onze zijde staat een machtige hogepriester en legioenen van engelen. Zij die met ons zijn, zijn veel sterker dan zij, die tegen ons zijn. Het is nodig de vijand te onderkennen alvorens hem te kunnen overwinnen. We moeten op onze hoede zijn voor de volgende even erge. Hoewel tegenovergestelde dwalingen, waarin onze generatie kan vervallen, als het om demonen gaat. De ene is: het niet geloven aan hun bestaan; De andere is: er wel aan te geloven en er een ongezonde belangstelling voor te koesteren. In het boekje brieven uit de hel” van C. S. Lewis laat hij een demon schrij­ven aan zijn neefje die in de wereld is, om de mensen te verleiden. Hij zegt daar “Eerst moet je proberen de men­sen te laten geloven, dat wij niet bestaan. Weten ze dat we er zijn, dan maak je zoveel mogelijk dat ze over ons denken en spreken”.

Laten we in gedachten houden, dat God wenst en ver­wacht, dat we overwinnaars zullen zijn over de machten der duisternis. En dat niet alleen om de persoonlijke overwin­ning of om de bevrijding van andere zielen uit de ketenen van satan, hoewel dit zeer belangrijk is, maar voor Gods glorie, opdat Zijn triomfen over Zijn vijanden openbaar zullen worden. Het is belangrijk dat wij onze juiste posi­tie innemen. Be Bijbel zegt ons, dat wij in Christus Jezus moeten zijn, boven alle overheden, machten, krachten, heer­schappijen (Ef. 01:21). Wij zijn geroepen de duivel te weer­staan (Jak. 04:07). Met de volle wapenrusting van God (Ef. 06:24). Door de kracht van Jezus’ bloed, door geloof, gebed en soms vasten. Jezus wierp de duivelen uit en Hij beveelt Zijn discipelen hetzelfde te doen en verwacht dat ook van hen. In de Handelingen der apostelen lezen we, hoe de discipelen de hun verleende autoriteit aanwenden, door duivelen uit te werpen, en zo ook de Naam van Jezus ver­heerlijkten.

Laten we niet vergeten, dat Gods Woord voor altijd geldt en dat Zijn bevelen voor ons op dit ogenblik precies hetzelfde betekenen als tweeduizend jaar geleden voor de discipelen. Zij die daarnaar in gehoorzaamheid handelen, zullen op dezelfde wijze Gods almachtige kracht ontvangen. Wees sterk, niet in uzelf, maar in God, in de kracht van Zijn onbegrensde majesteit. Doe de gehele wapenrusting aan, zodat u met succes al de duivelse aanvalsmethoden kunt weerstaan. Want zoals ik verwacht, dat u nu begrepen zult hebben; onze strijd is niet tegen een of andere fy­sieke vijand, het gaat tegen geestelijke machten, die de­ze duistere wereld beheersen en tegen de afgezanten van het hoofdkwartier van de duivel zelf. Daartoe moet u de gehele wapenrusting aandoen, om weerstand te kunnen bie­den in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden. Jezus WAS Overwinnaar, Jezus is Overwin­naar en Jezus zal overwinnaar zijn!

Wij bidden; Dank U, Heer Jezus, dat wij niet hoeven te vrezen, ook al zijn de machten van de vijand sterk en vele. Wilt U onze ogen openen door Uw Heilige Geest, zodat wij  zien, welk een grote taak wij hebben in deze duistere wereld en hoe wij overwinnen kunnen. Vergeef ons dat wij als zwakkelingen leven, terwijl we zo sterk en rijk zijn door Uw vele beloften, die waar zijn. Dank U, dat Uzelf ons sterk wilt maken in U. Halleluja, Amen.

 

Het leven begint bij Jezus. Serie Bijbelstudies door Jenny Manschot

De boom der kennis van goed en kwaad

De mens was goed en stond midden in het goede, en tot het doen van kwaad, van zonde, was hij niet in staat. Ja, hij kende zelfs het kwade niet. Zijn ogen waren gesloten voor het kwade, hij kende alleen maar het goede. Adam en Eva kenden dan ook geen wet. Zij kenden slechts dit ene gebod, dat God hun gegeven had; “Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven”(Gen. 02:16b)

Het eten van deze boom, de boom der kennis van goed en kwaad, was in wezen geen zonde. Het was slechts zonde, omdat God het verboden had. De zonde van het eten van de­ze boom, lag in de ongehoorzaamheid aan God. Dit ene ge­bod, dat God de mens oplegde, was in feite slechts een gehoorzaamheidsproef. God gaf de mens dit gebod, omdat Hij wilde weten, of de mens Hem nu echt gehoorzamen en volgen wilde, of de mens Hem nu echt liefhad. Door niet van de boom te eten, kon de mens zijn liefde tot God tonen. En de mens at niet. Want de mens had God lief en wilde
Hem volgen en gehoorzamen. De mens leefde in een volkomen harmonie met God, en hij was gelukkig. Totdat de satan kwam met zijn mooie praatjes, die de waarheid, het Woord van God, verdraaiden? Toen tippelde de mens er in, en hij viel.

Volmaakte liefde

Volmaakte liefde kan niet van één kant komen. De liefde bereikt haar hoogtepunt, wanneer zij van twee kanten komend samenvloeit. God wilde zijn liefde uiten, God wilde zijn liefde overdragen aan een wezen, dat in staat was om zijn liefde te ontvangen en te reflecteren op zijn liefde, met liefde, tegenliefde. Echte liefde kan alleen vrijwillig worden gegeven. Men kan geen liefde geven uit dwang, want dat is geen liefde, dat is slechts schijnliefde, surrogaat. Alleen een levend wezen met een eigen wil is in staat om echte liefde (terug) te schenken. Liefde, die buiten God omgaat, heeft voor God geen waarde. De liefde der humanis­ten, die weigeren God te erkennen, is voor God waardeloos. Ook de mens heeft behoefte aan iemand aan wie hij zijn lief­de kwijt kan en die hem op zijn beurt liefde terug schenkt. Vindt de liefde geen weerklank, dan is zij vruchteloos. Als de liefde van twee wezens in elkaar over vloeit, werpt zij vruchten af.

Gods liefde heeft zich daarin geopenbaard, dat Hij zijn eigen Zoon geofferd heeft om de mens te verlossen (1 Joh. 04:09-11a). Gods liefde biedt de mens de verlossing aan en als de mens deze liefde van God aanvaardt en in zijn hart toelaat, dan kan het niet anders of hij zal God liefde te­rugschenken. Hij zal God om dit offer jegens hem liefheb­ben. Zijn liefde zal dan samenvloeien met Gods liefde. Uit dit in elkaar overvloeien der liefde spruit een vrucht voort. Er is een mens gered! (wedergeboren). Weigert ie­mand de liefde van God, dan is Gods liefde vruchteloos gebleven ten opzichte van hem. Er komt geen vrucht uit voort. Dit is niet de schuld van God, maar van de mens, die Gods liefde weigert.

God schiep een wezen met een vrije wil, God schiep de mens, opdat zijn liefde in het samenvloeien met de liefde van de mens, haar hoogtepunt, haar volheid zou bereiken. Als God een automatische mens of een menselijke automaat had gemaakt, dan had Gods liefde geen climax kunnen bereiken en geen vruchten afgeworpen. Gods liefde werpt in het leven van de mens slechts vrucht af, indien de bodem van het mensenhart zijn liefde indrinkt, opzuigt. Dan zal uit

de eerst onvruchtbare bodem van het mensenhart de liefde tot God voortspruiten. En aan de rank van de liefde tot God, die voortspruit uit het mensenhart, zullen vruchten gaan groeien. Aan deze vruchten zal de wereld de kinderen Gods herkennen.

De val van de mens

Satan, die eenmaal een zeer hoge plaats bekleedde in Gods engelenleger, maar door zijn hoogmoed – hij wilde zich aan God gelijkstellen – gevallen was (Jes. 14:12-15), zag de wonderbare levenswijze van de mens in het paradijs met lede ogen aan. Hij kon de verhouding, waarin de mens met God leefde, eenvoudig niet verdragen. En hij besloot de mens te gronde te richten.

Hij nam hiertoe de vorm aan van een dier, een onder­daan van de mens’, op een gluiperige manier trachtte hij zich heel onderdanig voor te doen. Om zijn ware gedaante te verbergen, nam hij de gestalte aan van een slang en stelde zich vlak bij de verboden boom op en richtte op kruiperige wijze het woord tot de vrouw, listig de woor­den van God omdraaiend; “God heeft zeker wel gezegd; Gij zult niet eten van enige boom in de hof?” Maar de vrouw trapte hier niet in. Ze diende hem flink van repliek met het Woord van God: “Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd? Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven”. Toen pakte de slang het anders aan; dat is niet waar.’ “Gij zult geenszins sterven, maar God weet” – en hierin sprak de duivel de waarheid – “dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God gelijk zult zijn, kennende goed en kwaad”. Satan, die eens zelf aan God gelijk wilde staan, probeerde dit verlangen ook aan de mens te geven. En ja hoor, nu had hij succes. In plaats dat Eva haar ogen sloot voor de leugens van de slang, richtte zij haar oog op de boom, waarvan God haar verboden had te eten, en zij zag, dat hij begeerlijk was om daardoor verstandig te worden.

En zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en ook hij at.

De mens was gevallen en zijn val was dodelijk, zodat hij stierf (Gen. 05:01-06).

Wat zal God een verdriet gehad hebben van deze daad van ongehoorzaamheid van de mens, naar wie toch zijn hele wezen uitging. Maar de ongehoorzaamheid van de mens heeft Gods liefde ten opzichte van hem, niet te niet ge­daan. Integendeel.’ Nu eerst zou de mens de enorme omvang van de liefde van zijn Schepper ten volle ervaren. Een kind ervaart de liefde van zijn ouders op z’n sterkst, als het, na ondeugend te zijn geweest, hun vergevende kus op zijn voorhoofdje voelt. God gaf de mens zijn eigen Zoon, zijn enige, die Hij zeer liefhad, om verzoening te doen voor de zonde. Halleluja.’ O Heer, wat is uw liefde groot.’

De mens zocht dekking

Zodra de mens van de verboden vrucht gegeten had, gingen zijn ogen open voor het kwade, en hij bemerkte dat hij naakt was. Het eerste wat Adam en Eva dan ook deden, was een bedekking maken om hun naaktheid te verbergen.’ Waarom ondervond de mens zijn naakt zijn nu plotseling als iets onaangenaams? Waarom had hij nu opeens behoefte aan dekking?

Wanneer de mens iets verkeerds gedaan heeft en daar­door scheef komt te staan voor God, ontstaat de behoefte bij hem, zich te verbergen (te bedekken). Vaak zoekt hij de duisternis als dekking (Joh. 03:19-21). De mens, die zondigt, zoekt naar een dekmantel.

Toen de werken van Adam en Eva goed waren, hadden zij geen dekmantel nodig. Zodra zij echter gezondigd hadden, zochten zij beschutting, om zich toch in ieder geval niet meer zo hopeloos naakt te voelen. Zij maakten zich schor­ten en verscholen zich in het donker tussen het geboom­te (Gen. 05:07-08).          (wordt vervolgd)

 

Als in de dagen van Noach door A. Schenk

Als in de dagen van Noach…

Deze woorden sprak Jezus naar aanleiding van Zijn wederkomst.

In Genesis 6 kunnen we lezen hoe het op de aarde was toen Noach leefde.

Er was veel geweld (moorden); er waren reuzen: d.w.z. de mensen waren “groot” in de zonde. Men gooide het op een akkoord met de wereld. De kinderen Gods namen dochters uit de wereld. De Here zag al deze dingen. Hij zag dat de boosheid der mensen groot was. En God kwam met Zijn oordeel: alles werd verzwolgen door het water, behalve Noach en zijn gezin, die genade vond in de ogen des Heren. Dit kwam doordat hij met Jezus door het leven ging.

Lezer(es , Jezus komt spoedig weer. Want wij leven als in de tijd van Noach. We kunnen dit zien op grond van wat er vandaag in deze wereld gebeurt.

De woorden van Jezus gaan in vervulling. De zonde wordt openlijk zonder schaamte bedreven. Dagelijks verne­men wij dit via televisie, radio en kranten. Wekelijks horen wij van moordaanslagen in ons eigen land: aanran­dingen, roofovervallen, huwelijks-affaires, verslaving aan verdovende middelen, seksuele uitspattingen, enz.

Duizenden aanbidden de techniek, de t.v., de film, sport, enz. Duizenden leven voor niets anders dan voor deze dingen. Seksuele omgang voor het huwelijk wordt goedgepraat. In lectuur, advertenties, film, enz. wordt veel aandacht besteed aan seks.

In het laatst der dagen zullen er zware tijden komen. De mensen zullen meer liefde hebben voor genot dan voor God.

Ook zal er veel vorm-godsdienst zijn, maar de kracht van God zullen ze niet bezitten.

De schrijver van dit artikel en degene die u dit blad geeft, willen u een halt toeroepen in dit zondige leven.

U leeft in de eindtijd!!!……….

God komt met Zijn oordeel!

De duivel werpt zich op u om u te verdelgen en mee naar de hel te voeren.

Ook u die in een vorm-godsdienst leeft, want dit kan u niet redden.

U moet wedergeboren worden. U moet de zonde de rug toekeren en u laten reinigen door het bloed van Jezus!

Jezus gaf Zijn bloed voor u!

Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven!

1968.01 nr. 96

Levend Geloof 1968.01 nr. 96

De boodschap voor 1968 door Gert Jan Doornink

“Wij doen niet goed; deze dag is een dag van blijde boodschap, en wij hou­den ons stil” (2 Kon. 07:09)

De wereld heeft in 1968 slechts behoefte aan een boodschap. Het is de boodschap van het volle evangelie; Jezus redt en geneest; Jezus bevrijdt en doopt met Zijn Geest; Jezus komt spoedig weer!

Dit is de enige boodschap die een antwoord geeft op alle problemen die er zijn. Het persoonlijk aanvaarden van deze boodschap betekent de oplossing van alle geestelijke, lichamelijke en materiële nood. Bovendien geeft het de zekerheid dat wij eeuwig leven ontvangen.

De wereld raakt in een steeds meer wurgende greep van de duivel. Op 30 december schreef H. F. van Loon in een groot artikel in “De Telegraaf” over de geweldige ver­anderingen die zich in korte tijd in deze wereld vol­trekken en die zich vooral ook uiten in de morele ver­wildering van de mensheid. De religies van deze wereld hebben geen antwoord voor deze wereld in nood. Het is alleen de Gemeente van Christus die het antwoord in zich heeft!

Daarom rust op alle lezers en lezeressen van dit artikel, die wedergeboren zijn, de verantwoordelijkheid de boodschap van volle evangelie uit te dragen. Let wel! Geen andere boodschap! Er wordt genoeg “evangelie” in de wereld gebracht, wat geen echt, Bijbels evangelie is. De vruchten : zijn dienovereenkomstig.

Waarom is het Volle Evangelie het werkelijke antwoord voor een wereld in nood? Omdat deze boodschap geen bood­schap uit de Bijbel is, maar de gehele Bijbel omvat. De echte Christen gelooft in de Bijbel, van Genesis 1 tot Openbaring 22. Dit is geen hoogmoed, maar eenvoudige ge­hoorzaamheid aan de opdracht die Jezus eens gaf. Gaat heen in de gehele wereld en predikt het evangelie! Jezus bracht het volle evangelie, de eerste Christengemeente bracht deze boodschap. Zij brachten een boodschap die in het dagelijks leven bevestigd werd door tekenen en wonderen. Natuurlijk Jezus en de apostelen leerden het volk ook, maar wat ze leerden brachten ze tegelijkertijd in praktijk! Dit is het grote verschil met veel evangelie­prediking in onze dagen.

Wat moeten wij nu doen in 1968? In de eerste plaats moet het volle evangelie verkondigd worden. De Heer heeft voor iedereen een taak, daarom is het zo belangrijk dat ieder zijn plaats in de Gemeente van Christus inneemt. Wij behoren daarbij aandachtig te luisteren naar de stom van de Heilige Geest. Een waarachtig Christen zal daarom geen plaats innemen die hem of haar niet toekomt. Bovendien leidt dit onherroepelijk tot teleurstellingen. Niet ieder is geroepen tot apostel, herder, leraar, profeet of evan­gelist, maar we zijn wel allen geroepen om getuigen te zijn. Laten wij hen die gesteld zijn in een speciale bedie­ning hoog houden en naar hen luisteren. Maar als u geen

speciale opdracht hebt ontvangen bedenk dan hoeveel an­dere dingen u voor de Heer kunt doen. Verspreidt volle evangelie lectuur (boeket, brochures traktaten) Werk met bandrecorder en grammofoonplaat. Doen aan colporta­ge en huisbezoek (Denk aan wat de Jehova’s getuigen in dit opzicht presteren). Help mee aan het openluchtwerk in uw plaats of omgeving. Er zijn nog zoveel andere mo­gelijkheden om voor de Heer te werken. Wees geen luie- stoel-christen maar een actief, levend getuige. Luister echter bij alles nauwkeurig naar de aanwijzingen die de Heilige Geest u geeft, anders handelt u in eigen kracht en krijgt u eigen resultaten (die vleselijk en tijdelijk zijn). Doe daarom dagelijks aan Bijbelstudie en houdt uw gebedsleven op peil door geregeld Gods aangezicht te zoeken in het gebed.

In de tweede plaats moet het volle evangelie dus ook in praktijk gebracht worden. Jakobus zegt dat een geloof zonder werken een dood geloof is. Als wij spreken over genezing van zieken, bevrijding van gebondenen en verlossing uit de macht van satan zullen wij diénovereenkomstig moeten handelen onder de leiding van de Hei­lige Geest. Dit betekent dat wij staan moeten in de kracht en de overwinning. Hoe? Door eenvoudig te gelo­ven dat al Gods beloften in Christus Jezus ja en amen zeggen. Jezus kwam om leven en overvloed te brengen. (Rom. 08:32): “Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?”. Als wij leven vanuit het geloof dat de volheid van Christus in ons is, gaan de Geestesgaven door ons functioneren en wordt ook de vrucht van de Geest in ons leven meer en meer zichtbaar. Geloof zonder liefde is in Gods ogen waardeloos. De boodschap die wij uitdragen moet beleefd worden! Dit is geen onbereikbaar ideaal. Dit is geen streven naar per­fectionisme vanuit eigen menselijke kracht. Neen, dit is treden in de voetstappen van Jezus, waarvan de apostel Petrus zei, dat wij hiertoe geroepen zijn (1 Petr. 02:21).

In dit nieuwe jaar, waarvan al weer een maand om is, moet het ons verlangen zijn op deze weg (de weg van Je­zus) voort te gaan.

Nog zijn er gouden kansen voor de verkondiging van het evangelie! Nog is de nacht niet gekomen, waarin niemand werken kan, maar kunnen wij zaaien, bewerken en oogsten. Het is de liefde van Christus die óns dringt! Wij hebben niet een boodschap voor de wereld, maar de boodschap!!! Wij hebben het antwoord. Wij kunnen, in de naam van Jezus de mensen gelukkig maken. Wij zijn ambassadeurs van het Koninkrijk Gods! Wij zijn gezanten van de levende God!

Daarom moeten wij volmondig “amen” kunnen zeggen op on­derstaande variant van onze aanvangstekst:

“Wij doen goed! Dit is een dag van blijde boodschap daarom zwijgen wij niet, maar spreken over Gods grote daden en brengen ze in toepassing!”

(1 Petr. 02:09) “Gij echter zijt een….. .volk Gode ten ei­gendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht”.

 

Strijd en overwinning (2) door A. Schenk

In dit artikel willen wij verder gaan met het onder­werp “Strijd en overwinning”, waarvan het eerste deel geplaatst in het novembernummer van “Levend Geloof “.

In (1 Joh. 01:08) staat dat de Zoon van God geopenbaard werd, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou. Dat was het doel van de komst van Jezus in deze wereld. De werken van de duivel moesten vernietigd worden. God wist, en Jezus zal het zelf geweten hebben, dat dit een strijd werd op leven en dood. Daarom heeft de duivel al­les in het werk gesteld om Jezus te doden.

Als wij in de evangeliën lezen over het leven van Jezus, lezen wij daarin dat het steeds een harde strijd was van onze Heiland tegen de machten der duisternis. Het waren de Farizeeën en Schriftgeleerden in de eerste plaats niet, waar Hij strijd mee had, maar de machten die zich door deze mensen heen openbaarden. Ook als er een bezetene tot Jezus gebracht werd bijvoorbeeld, begonnen deze machten, via die gebonden man te roepen? “Wat heb­ben wij met U te doen? Zijt Gij gekomen om ons voor de tijd te pijnigen?”.

Ziet u, dit was de strijd van Jezus. (Kol. 02:15) zegt ons: “Hij heeft de overheden en machten ontwapend’ en openlijk ten toon gesteld en zo over hen gezegevierd”. Jezus heeft aan het kruis de duivel overwonnen. Halleluja’

Als Jezus nu deze strijd had tegen de duivel en Zijn rijk zullen wij het als Zijn volgelingen en Zijn Gemeente ook hebben. En als onze overste Leidsman Jezus Christus de duivel heeft overwonnen zullen wij als Zijn Gemeente ook overwinnen.

Als een legere ten strijde trekt, zijn zij bewapend tot en met. Zij hebben de beste wapenen die hun ter beschikking staan. Zo worden wij opgeroepen door mid­del van wat er staat in Efeze 6, om als leger van Koning Jezus de wapenrusting Gods aan te doen. Met wat voor doel? Punt 1 is om te kunnen strijden. Punt 2: Om te overwin­nen. (Ef. 06:13) zegt: “Neemt daarom de wapenrusting Gods”. Leest u het goed? U moet het gaan nemen. U moet het aan gaan doen. (Ef. 06:14) “Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid”. Dat wil zeggen, u moet de waarheid en de gerechtigheid van Christus aandoen. Jezus zei van Zichzelf?, “Ik ben de Waar­heid en het Leven”. De waarheid van Jezus aandoen wil zeg­gen, alles wat onwaarheid is afleggen in ons leven. Hebreeën 12 (Heb. 01:01) spreekt over het afleggen van alle last en zonde die ons zo licht in de weg staat. Een wereldgezind leven, een leven dat de zonde blijft vast houden, is vaak geen leven dat de overwinning behaald op de duivel. De Heilige Geest zegt: Wie de Naam van Christus noemt, breke met alle on­gerechtigheid. Dus de waarheid van Jezus aandoen en hét pantser der gerechtigheid. Dat wil zeggen, mij laten bekle­den met Christus, de gerechtigheid die Hij voor mij ge­wrocht heeft aan het kruis, volkomen toe-eigenen.

(Ef. 06:15) “De voeten geschoeid met de bereidvaardigheid, van het evangelie des vredes”. Ik moet de bereidvaardig­heid des harten hebben om te gaan waar de Heer wil dat ik gaan zal. Niet meer ik, maar Christus leeft in mij, niet meer mijn belangen, eerst, maar zoekt de dingen die boven zijn. Niet meer, ik wil dit en ik wil dat, maar? Heer, wat wilt Gij dat ik doen zal? Hij moet de leiding van mijn leven in handen hebben. Ik moet die plaats in gaan nemen in Zijn Koninkrijk die Hij wil dat ik in zal nemen. Heb ik die be­reidheid om te doen wat Jezus van mij vraagt, hetzij in de grote of in de kleine dingen van het leven?

(Ef. 06:16): “Neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven”. Als u bereid bent in het leger van Koning Jezus :uw plaats in te nemen, dan zal uw tegenpartij, de duivel, brandende pijlen op u afschieten. Maar als we het schild des geloofs in de hand nemen, zullen de aan­vallen van de duivel daarop afketsen. “Dit is de over­winning, die de wereld overwonnen heeft? ons geloof’ (1 Joh. 05:05). De muren van Jericho zijn gevallen door geloof. (Heb. 11:30). (Openb. 12:11):”En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun ge­tuigenis”. Dus door het geloof in het overwinnende bloed van Jezus, als wij aangevallen worden door de duivel, kun­nen wij overwinnen. Weersta hem in het geloof en hij zal van u vlieden. (Ef. 06:17) “En neemt de helm des heils aan”. Een helm wordt gedragen om het hoofd te beschermen, het is een zeer belangrijk onderdeel van de wapenrusting. De duivel zal trachten ons gedachteleven aan te vallen. Hij zal trachten onze gedachten van Jezus af te houden en ons af te leiden. Hij kan komen met gedachten van haat, jaloezie, afgunst, onreinheid, van vrees, twijfel, angst, enz. Daar­om zegt de Heilige Geest hier: Zet de helm des heils op, dat wil zeggen, doe volkomen het heil van Jezus aan, het heil dat Jezus klaar gemaakt heeft door Zijn sterven en opstanding. Ga van daaruit leven en denken. Wordt ver­nieuwd in uw denken.

(Ef. 06:17) gaat verder: “En het zwaard des Geestes, dat is het Woord van God”. Toen Jezus door de duivel in de woes­tijn werd aangevallen, versloeg Hij de duivel door het Woord van God. Steeds zei Jezus tot de duivel: Er staat geschreven, en de duivel week van Hem. Het Woord van God moet als een zwaard in onze mond zijn tegen de machten der duister­nis. In het Oude Testament kreeg een profeet de opdracht van de Here, hij moest de boekrol opeten, hij moest de woor­den Gods opeten, hij moest daar één mee worden.

Hoe is het met ons? Eten wij de woorden Gods op, zijn we één met dat Woord? is dat Woord een bron van leven in ons en door ons? Het is het Woord van God dat overtuigend werkt op de zondaren. Het is het Woord van God dat gebondenen vrij maakt. Het is het Woord van God dat van verlos­sing en vergeving spreekt. Het is het Woord van God dat van genezing spreekt als ik ziek ben en ik ga de Woorden van God spreken: “Door Zijn striemen ben ik genezen” en het zal uitwerking hebben, want Zijn Woorden keren niet ledig weer. Gods Woorden doen iets. Halleluja! Laten we het zwaard des Geestes gaan hanteren en we zullen door dit zwaard vijanden gaan verslaan.

En dan het laatste wapen (Ef. 06:18): “En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest”. Als wij (1 Kor. 14:14-15) lezen, kunnen wij lezen dat het bidden in de geest de tongentaal is. Ook hier staat het bij de geestelijke wapenrusting: Ten allen tijde bid­den in de geest.

De tongentaal is een geweldig wapen tegenover de dui­vel. Dit is de ervaring van honderden. Ook ik persoon­lijk heb dit vaak ervaren. Nu kan de tongentaai verschil­lend zijn. Het kan een lofprijzing zijn of voorbede tot stichting van onszelf. Ik voor mij geloof dat naar’ de gerichtheid van onze geest zelf in het gebed, de tongentaal zich daarbij aansluit. Bijvoorbeeld, als’ ik de Heer loof in mijn eigen taal, en ik dan verder ga in tongentaal, geloof ik dat dit ook een lofprijzing is, ik ervaar vaak nieuwe klanken, een machtige stroom van woorden. Maar ben ik aan het strijden tegen de duivel, en ga ik dan in tongentaai over, dan geloof ik dat het een aanvalswapen is.

Ik zou mijn gebedsleven, en het werk dat ik mag doen in Gods Koninkrijk, niet meer kunnen voorstellen zonder het bidden in de Geest, oftewel in tongen. Het is een kracht in mijn leven geworden.

In (Rom. 08:26-27) staat dat wij niet weten wat wij bid­den zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. De Heilige Geest wil door de tongentaal door ons bidden.

Willen wij een overwinnend leven bezitten, dan zal het gebaseerd moeten zijn op het Woord van God. Dan zullen wij de volle wapenrusting, aan moeten doen.

(2 Tim. 02:05) “En is iemand een kampvechter, dan ontvangt hij de krans alleen, als hij volgens de ?egels van de kamp heeft gestreden”.

Willen wij de krans behalen, het teken van de overwin­ning? Laten wij ons dan aan de regels houden van het Woord van God. Dan zullen wij gaan ervaren wat het koor zegt van lied 62 uit Glorieklokken:

“En als de strijd voorbij is,

erven wij een kroon,

de overwinnaarskroon.

Uit Jezus’ hand ontvangen

wij de overwinnaarskroonl”

 

Van de redactie

Hartelijk dank! – Allen die ons tijdens de jaarwisseling hun beste wensen deden toekomen willen wij hiermede harte­lijk bedanken. Wij zijn niet in de gelegenheid ieder per­soonlijk te schrijven, wat ook geldt voor hen die hun abonnementsgeld overmaakten en extra giften stuurden. Wij zijn erg dankbaar dat het “Levend Geloof “werk zo gezegend wordt en willen in 1968 op de ingeslagen weg voorwaarts gaan. Onze medewerker Dirk Wols schreef; “Ik geloof dat het blad in een behoefte voorziet en nog velen tot zegen zal zijn. Moedig voorwaarts in Hem, ondanks alle tegenkan­ting der hel!”

 

30 maart Zendingsdag

Hebt u al in uw agenda genoteerd? Zaterdag 30 maart zendingsdag in de Expohal te Hilversum? Wij geloven dat het zeer belangrijk is deze dag mee te maken!

Dit is geen hernieuwde poging om eenheid tot stand te brengen in de Nederlandse Volle Evangelie beweging. Onze mening is dat de eenheid in de Gemeente van Chris­tus er is. (Het ontbreekt alleen nog aan de beleving er van). Daarom zal iedere menselijke poging om eenheid tot stand te brengen, hoe goed bedoeld ook, fa­len. Laten wij ons liever bezig houden met de grote opdracht die Jezus aan de Gemeente gaf: “Gaat heen in de gehele wereld en predikt het Evangelie”. Er is zo’n grote nood en de nacht komt spoedig dat niemand meer werken kan.

30 maart zal daarom de zending centraal staan. De initiatiefnemers van deze dag, de leiding van “Stromen van Kracht”, hebben dit terecht zeer duidelijk gezien.

Wij geloven daarom in een wonderbare zegen voor deze dag, temeer daar reeds nu blijkt dat velen in de Ne­derlandse Pinksterbeweging achter deze dag staan. En­kele namen: A. v.d. Bijl, C. ten Boom, J. W. v. Petegem, P. v. Zutphen, A. Eykenaar, W.J. Lentinck, K.,F. en B. Hoekendijk, J. I. v. Baaren, H. Jongbloed, M. Companjen, S. Sagström, J. Mensink, A. v. Ommen, M. v. Essen, K. Prijs, H. Bosch, E.v. Riemsdijk, H. Spaan, S. Tan, P.J. Klaaijsen, H. ter Welle, F. en H. Koornstra, R. Heidema, B.Elling, P.,H. en C. Huisman, D. Sprik, Joh. Th. Bos, Jhr. F.W.P.M. v. Panhuys, J. W. Groot, K. de Jong, J. Noordhuis, J. S Pasterkamp, K.. Goedhart, B.v.d. Meulen, P. Vlug. L. Oosterwijk,: C.J. du Fossé, W. Bosveld, W. Hijink, J.T. Riemersma, A. Brasz, en vele-anderen.

Voor nadere inlichtingen kan men zich in verbinding stellen met het Zendingsdagkomitee, Putten (Gld.).

 

Het volgen van Jezus door J. Noë

“Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij”. (Luc. 09:23).

Kort geleden las ik een hoekje van de schrijver Charles H. Sheldon getitelde “In His Steps.  What would Jesus do? (“In Zijn voetstappen; Wat zou Jezus doen?”).

Dit boekje heeft destijds een geweldige opgang gemaakt en werd in 21 talen vertaald. In het kort gaat het om het volgende, een “elite” kerk in een plaats in Amerika wordt tijdens een zondagmorgendienst op een sensationele wijze wakker geschud, doordat een zeer slecht uitziende man plotseling naar voren kwam en op een ontroerende en in­drukwekkende wijze, gebaseerd op eigen ervaring, de toe­hoorders wees op het falen van de kerk en zijn leden: men mat zich wel de naam “Christen” aan, maar de daden ge­tuigden daar zeer zeker niet van, men handelde niet zoals Jezus dat van Zijn volgelingen verwachtte.

Na de toespraak viel de man bewusteloos neer en stierf kort daarop. Het een en ander maakte diepe indruk. Het ge­volg was dat de predikant tot inkeer kwam en zijn schuld aan God beleed.

Tijdens de zondagmorgendienst daaropvolgend, stortte hij zijn hart voor de gemeente uit en vroeg of er mensen gene­gen waren een belofte af te leggen om gedurende een geheel jaar in alles wat ze zouden doen zich zelf eerst de vraag te stellen: “Wat zou Jezus doen?” en dan overeen­komstig te handelen.

Er meldden zich ongeveer 50 mensen, welk aantal later veel en veel groter werd. Onder hen bevonden zich voor­aanstaande persoonlijkheden, o.a. een uitgever van een , grote krant, een spoorwegman, een directeur van een instituut en andere zakenlieden, alsmede een rijke vrouw.

Leze mensen hielden hun beloften en kwamen daardoor voor geweldige problemen te staan. Ze veroorzaakten een geweldige opschudding in de nogal corrupte zaken- en politieke wereld. Ze verloren cliënten hun baan, familieleden, vrienden en leden vanzelfsprekend financiële schade. Maar ze hielden vol, ze droegen het evangelie uit en waren getuigen van Christus.

In de beruchte buurten waren ze het licht in de duisternis. De rijke vrouw gaf haar vermogen weg en verdeelde het onder diegenen die het geld het hardst nodig hadden.

De samenkomsten, waar ze ook gehouden werden, waren tjokvol en velen gaven hun hart aan de Heer. Een grote opwekking vond plaats, Gods grote zegen was merkbaar en het sloeg over op andere kerken in Amerika.

Het spreekt vanzelf, dat, degenen die de belofte ge­daan hadden, hun verdere leven beschikbaar stelden voor de Heer.

Ik heb genoten van dat boekje. Ja, lieve vrienden, als we Jezus willen volgen, moeten we er terdege van bewust zijn wat de consequenties daarvan zullen zijn. We zingen wel dat prachtige koor:

“Ja, ik volg U; ja, ik volg U;

waar de weg ook henen leidt;

ja, ik volg U; ja, ik volg u;

op de weg naar d’eeuwigheid”,

maar menen we dat werkelijk?-

Zijn wij ten volle bereid om dit te doen? In feite doet u zingende een belofte. Jezus waarschuwt ons, wat het betekent Hem te volgen. Niet alleen de woorden, die aan het begin van dit artikel staan, heeft Hij ge­zegd, maar Hij heeft Zich vele malen hierover uitge­sproken.

In (Luc. 14:26-55) Alles verlaten om Jezus wil, zegt Hij o.a. het volgende;

(Luc. 14:26):”Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broe­ders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn” in (Matt. 10:37) staat “Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig”.

(Luc. 14:27) “Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn”.

(Luc. 14:28-30): “Want wie van u, die een toren wil bouwen, zet zich niet eerst neder om de kosten te berekenen, of hij het werk zal kunnen volbrengen? Anders zouden, als hij de fundering gemaakt had, en het werk niet kon voltooien, allen, die het zagen, beginnen hem te be­spotten, zeggende: Die man begon te bouwen, maar hij kon het niet voltooien”.

(Luc. 14:34-35) “”Het zout is wel goed, maar wanneer zelfs het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het sma­kelijk gemaakt worden? Noch voor het land, noch voor de mesthoop is het geschikt: men werpt het weg. Wie oren heeft om te horen, die hore!”

Lieve vrienden, laat goed tot u doordringen wat Jezus ‘ hier zegt. Gods woord is radicaal en scherper dan een tweesnijdend zwaard en dringt door, zo diep, het scheidt vaneen (Heb. 04:12). Van geschipper is geen spra­ke. Jezus volgen betekent: Breek met alles wat een belemmering is, of zou kunnen vormen, om in Zijn voetstappen te treden. En dit kan diepe smart veroorzaken, vooral als het je gezin, familie, vrienden of je werk betreft.

We moeten ons zélf verloochenen, de lijdensweg van Je­zus gaan en met Hem worden gekruisigd. Verdrukkingen, ver­zoekingen en hoon, spot, smaad en smart zullen ons niet bespaard blijven. Satan en zijn duistere machten zullen ons van alle kanten belagen, zowel lichamelijk als geestelijk en geen middel zullen ze onbenut laten om ons trachten ten val te brengen.

Maar het Woord zegt: Wedersta satan en hij zal van u vlieden; volhardt in geloof; gij hebt de overwinning in Christus! Halleluja! Paulus schrijft: Wij zijn met Christus gekruisigd en toch leven wij, niet meer ons ik, maar Christus leeft in ons. Is dat niet machtig?

Laten we dus ons leven in vol geloof in Zijn handen leggen. De apostelen, en in het bijzonder Paulus, hebben heel wat om Jezus’ wil te verduren gehad en ze onder­gingen dit blijmoedig en ze loofden, prezen en dankten de Here te allen tijde.

Jacobus en Petrus zeggen ons ook, dat we beproevingen in vreugde moeten aanvaarden, al zou het ons op het moment smart brengen, want het is ter beproeving en ter versterking van ons geloof.

Petrus schrijft in zijn eerste brief in het vierde hoofdstuk vers 12-14: (1 Petr. 04:12-14)

“Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkomt. Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus, opdat gij u ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring zijner heerlijkheid. Indien gij door de naam van Chris­tus schade lijdt, zijt gij zalig, daar de Geest der heerlijkheid en de Geest Gods op u rust”.

Halleluja! En, zoals ik reeds eerder heb geschreven, als des geloofs door Zijn Geest in ons, ons entree hebben gemaakt in de hemelse gewesten is onze strijd daar, in de onzichtbare wereld, Efeze 6. Het is een strijd in de geest en een strijd des geloofs! Door het geloof alleen zullen wij de heerlijkheid Gods zien.

“De Here nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is vrijheid. En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de He­re, die Geest is”(2 Kor. 05:17-18).

Prijst de Heer! Tot slot wil ik nog even terugkomen op het verhaal, waarmede ik ben begonnen. Het is prachtig, als wij onze levenswijze zo instellen, dat wij, bij iedere hande­ling die wij doen, ons afvragen: “Wat zou Jezus doen?”

Maar, lieve lezers, we moeten zover komen, dat we ons dit niet meer behoeven af te vragen. We moeten zo met Hem vereenzelvigd worden, dat geheel ons denken, spreken, han­del en, en wandelen door Hem geleid wordt.

“Want in Hem woont al de volheid der godheid licha­melijk; en gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht”(Kol. 02:09-10).

 

Het woord dat vlees werd door Dirk A. Wols

“In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God”(Joh. 01:01).

We leven in een tijd van devaluatie. Devaluatie is een opzette­lijke verlaging van de goudwaarde, de prijzen stijgen, men kan minder voor zijn geld krijgen dan voorheen. Vandaar de woedende gezichten in de pers uit Engeland toen het Engelse pond devalu­eerde en men het bloed kon drinken van hen die daar de vermeende initiatiefnemers van waren.

Hoewel het geen pretje is als we minder voor ons geld kunnen krijgen zonder dat er een reële verhoging der inkomsten tegeno­ver staat is het nog wel te overkomen. Vergadert u geen schatten zegt de Heiland, waar ze de mot verderft en de dieven doorgraven en stelen op deze aarde. Of waar het geld kan devalueren. Ons brood en water zal gewis zijn en wat vragen we meer dan ons dage­lijks brood, waarin begrepen is de noodzakelijke levensbehoef­ten? Ernstiger, veel ernstiger, is de devaluatie van het Woord. Het woord dat gesproken wordt, is sterk in waarde verminderd. Een gesproken woord telt niet meer mee. Het is onbetrouwbaar ge­worden. In het zakenleven moet men zwart op wit hebben, wil men althans zeker zijn van zijn zaak en niemand zal een belangrijke transactie afsluiten zonder dit allemaal wettelijk te hebben vastgelegd. Maar ook in het gewone leven telt het woord niet meer mee. Zou het wel waar zijn wat die of die zegt? Zit daar geen eigen voordeel aan verbonden en zo dit voor­deel wegvalt, valt dit dan ook niet tegelijk weg met het gegeven woord, dat toch stellig werd gegeven en ge­sproken?

U voelt wel, dat met de devaluatie van het woord al­les wankelt en alles op losse schroeven staat.

Maar ik heb een beter uitzicht voor u en voor mij. Ik mag u bij het pas begonnen jaar wijzen op het Woord dat niet devalueert. Dat Woord was in het begin der schep­ping aanwezig, dat Woord sprak, dat er licht moest zijn en er kwam licht. Dat Woord is Jezus. Want in Jezus is het woord vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Wij wijzen hier op bij het begin van het jaar. Want de onkun­de is ontstellend groot. We komen volle evangelie mensen tegen die alles weten over tongentaal en profetie, over de geestelijke gaven, maar niets weten over Jezus. Wij noemen dit ontstellend omdat de kracht in hun leven ont­breekt om te ontplooien in de Zon der gerechtigheid. Kijk eens achter de schermen hoe krachteloos hun leven is, hoe zij de inwendige kracht van het Woord missen, en zich tevreden stellen met een zeer smal deel van het volle evangelie. Als er stormen des levens komen, zijn zij direct gevloerd ondanks tevoren gesproken woorden die heel wat van de persoon deden verwachten. Het zijn opgeblazen mensen, als men de lucht er uit laat lopen – en hoe gemakkelijk kan er geen lek ontstaan in de stormen des levens – dan schrompelen zij ineen tot een krachteloos opvouwbaar voorwerp. Wees niet opgeblazen, zegt de apostel dan ook menigmaal in zijn brieven.

Het Woord was in het begin. Het Woord sprak. De Vader schiep door het Woord alle zichtbare dingen en zonder het Woord is geen ding geworden, dat geworden is. Alles wat u ziet is door het Woord geworden. Wie dus de zichtbare dingen veracht uit overdreven vroomheid moge beden­ken dat het door Jezus is geworden. Eer Abraham was ben Ik, sprak Jezus.

Sommigen zeggen, dat het Woord dood is. Jezus heeft het anders en beter gezegd. De woorden, die Ik tot u spreek zijn Geest en Leven. Het leven van een mens is dood zonder geest, maar het Woord van God als beli­chaming in Jezus is niet dood maar Geest en leven. Ja maar, er staat toch geschreven dat de letter doodt en de Geest levend maakt? Maar de letter is niet het Woord, de letter is een hulpmiddel waardoor het Woord tot ons komt en zonder verbintenis met het Woord is de letter dood. Iedere ketter heeft daarom zijn letter. Het woord is echter springlevend, halleluja, we kunnen er van op- aan en Zijn Geest deelachtig zijnde, zien wij het Woord al e krachtbron voor dood en leven, voor geest, ziel en li­chaam, alles door het Woord, alles onder het Woord, want het Woord wil ook gehoorzaamt worden. Gehoorzaamheid is nog steeds beter dan offeranden.

Als we doen wat het Woord zegt, dan zal het Woord doen wat het zegt. Prijst de Heer.

Het Woord aan het begin is scheppend. Maar niet alleen aan het begin der schepping. Het scheppende woord gaat nog steeds door de wereld. Nog steeds spreekt Hij Zijn Woord; Er zij licht en het wordt licht in het duisterste harten en in de donkerste omstandigheden. Met het Woord vrezen wij niet, want in Jezus, het vleesgeworden Woord, is God de Immanuel, de God met ons.

Velen putten hun kracht uit de dingen die geworden zijn, maar dit is niet kracht gevend. De dingen die geworden zijn hebben geen scheppende kracht in zich. De dingen die men ziet worden allen uit andere dingen. Daar zit geen leven in zichzelf, maar heeft het leven, ontvangen, ieder in zijn soort. Maar het Woord schept, Hij is de Bron, daar ontspringt alle leven in de zichtbare en onzichtbare we­reld. Het Woord was er al in het begin, het Woord is on­geschapen en bestaat al zolang God bestaat, dat is van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God, want ook de eeu­wen schiep God.

Dat Woord devalueert nooit. Als Jezus spreekt; Komt allen tot Mij die vermoeid en beladen zijt en IK zal u rust geven, dan is dat gesproken door het vaste Woord, dat niet in waarde vermindert. De duivel heeft natuurlijk ook zijn woord hier tegenover, dat dat zomaar niet gaat en men eerst uitverkoren moet zijn, enz. enz. maar als we het Woord nemen in zijn onverminderde kracht en waardevastheid, dan vlieden wij in al onze nood naar het kruis van Jezus Christus en laten de last der zonde van onze schouders glijden en prijzen de kracht van het bloed. Want…..en dat is de moeilijkheid bij zeer velen….. .dat Woord werkt door het geloof. De apostel besluit ten laatste, dat de rechtvaardige door het geloof zal leven. Dus niet door de dingen die men ziet. Hoe zwaar de stormen ook mogen woe­den, hoe licht loos alles ook moge schijnen, wat voor don­kerheid het oog ook moge aanschouwen, maar wij geloven de dingen die wij niet aanschouwen, wij geloven het Woord van God, wij geloven het vleesgeworden Woord, in één Woord, wij geloven in Jezus, die het Woord persoon maakte in Hem, prijst de Heer. Jezus zeide dan ook? Indien iemand Mij liefheeft, zal Hij Mijn Woord bewaren. Logisch, zouden wij zeggen. Het woord van iemand die men liefheeft, bewaart men. Een heel eenvoudig middel voor een jongen om te toetsen of een meisje die hij op het oog heeft, hem waar­lijk liefheeft. Als zij zijn woord niet bewaart, dat wil zeggen, zijn beloften niet gelooft, als zij zich niet houdt aan een belangrijke afspraak door het woord gemaakt bij herhaling, welnu, dan kan hij zijn pogingen wel staken en kan hij een eventueel huwelijksaanzoek wel achterwege la­ten, hoewel hij het misschien nog zal beproeven. Welnu, hoeveel temeer de Here Jezus, als wij Zijn. Woord bewaren, dan is dat het bewijs dat wij Hem liefhebben en als wij Hem liefhebben, dan bewaren wij Zijn Woord. Dan doen wij Zijn geboden en trachten ernstig te leven naar de samenvatting der wet namelijk God liefhebben bovenal en de naaste als zichzelf. Deze naleving, deze totale radicale naleving van deze Goddelijke samenvatting is het die de Gemeente als Zijn Lichaam tenslotte zal openbaren. Want de liefde overwint en de liefde Gods wordt steeds overvloediger uitgestort in onze harten door de Heilige Geest die ons gegeven is. Op deze wijze gaat het Woord ook krachtig medewerken door tekenen en wonderen, want God heeft een machtig welbehagen in onderlinge liefde en het wezenlijk gebrek aan wonderen en tekenen vindt zijn oorzaak in het tekort aan waarachtige onderlinge liefde. Daarom zwer­ven de mensen nog maar hier en daar rond, gaat er een pinkstergemeente over tot de mormonen en een ander zoekt het bij de apostolischen. We blijven echter zoeken en tasten omdat groepsvorming nu eenmaal altijd teleurstelt en niets te maken heeft met het wezen van de ware Gemeente van Jezus Christus, al kunnen er vele positieve bestand­delen in zijn. De apostelen hebben in opdracht van Jezus de Gemeente gesticht, niet als goddelijk instituut, maar als middel om de volheid Gods te verkondigen aan de zichtbare en onzichtbare wereld. God stichtte geen pink­stergemeenten en geen mormonen en geen apostolischen, maar God stichtte een vergadering van mensen die zonder ja-maar en zonder reserves Zijn wil gaan doen in alles.

Maar u behoeft niet te wachten tot de gehele Gemeen­te zover is. Wij behoeven niet in de pas te lopen met el­kander maar ons stuk voor stuk richten naar het levendmakende woord. Dan zult u in uw leven al de wonderen beleven, die gemeentelijk beleefd moeten worden naar de ordinantie Gods. Maar God is niet karig en eenkennig met Zijn zegen. Waar twee of drie iets begeren op aarde, naar Zijn wil, het zal hen geschieden. Prijst de Heer. Wie o- verwint, Hem zal ik maken tot een pilaar in het Huis Mijns Gods. Want het Woord liegt niet. Amen.

 

Het werk van Gods Geest door Jan W. Companjen

“En als Hij (de Heilige Geest) komt; zal Hij de wereld overtuigen van zonde, en van gerech­tigheid en van oordeel”. (Joh. 16:08)

Kort voor Zijn afscheid uit onze zienlijke wereld zegt de Here Jezus nog tot Zijn volgelingen heel belangrijke dingen. De laatste hoofdstukken van Johannes zijn daarom van zo’n geweldig grote betekenis. Zij zijn de inleiding tot het geestelijke leven dat na Zijn hemelvaart komen zal.

Al deze gesprekken vinden hun climax wel in Johannes 20 (Joh. 20:21-25) waar Jezus alles samenvat in de woorden: “Vrede zij u. Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u”. Hij blies op hen en zei: “Ontvangt de Heilige Geest. Wien gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden? Aan wie gij ze toe rekent, die zijn ze toegerekend”.

Klaar en duidelijk zegt Jezus dat het leven van Zijn volgelingen zal moeten zijn zoals Hij het hen geleerd c.q. geopenbaard heeft. Zoals Hij in geestelijk contact stond met de Vader en aldus Gods wil deed, zo zullen wij, ver­vult van de Geest van Christus, tot hetzelfde doel moeten en kunnen komen. ”   .

In de Korinthe-brief lezen wij dat zij die Christus naar het vlees gekend hebben, Hem na Zijn opname niet meer ken­nen naar het vlees doch door de Geest. Deze dingen, het kennen door de Geest. maakt de mens tot een nieuwe schepping. Daarvan spreekt Jezus als Hij op Zijn discipelen blaast als een teken, en hen toeroept dat zij de Heilige Geest moeten ontvangen, opdat zij zullen kunnen gaan hande­len en wandelen gelijk Hij gehandeld en gewandeld heeft. Er is geen andere weg om té komen gaan wandelen overéénkomstig de wil Gods of wij moeten Zijn Geest bezitten en door die Geest geleid, zullen wij de werken Gods kunnen werken. Daarom is de wandeling in de hemelse gewesten noodzakelijk. Wij zullen daar in die onzienlijke hemelse sferen contact moeten hebben met Hem die gezegd heeft dat die Geest het uit Hem zal nemen en Zijn lichaam ver­kondigen.

Daarom hebben wij een machtige boodschap voor deze eindtijd. Hij zal Zich laten kennen gelijk Hij is. De vra­gen en vraagtekens zullen opgelost worden. Er zal een doorbraak komen zó groot, dat de wolk die Jezus weg nam bij Zijn hemelvaart doorbroken wordt. Johannes ziet dit reeds in zijn Openbaring. Een geopende hemel met Jezus op de troon en Hij, die is, die was en die komen zal, ontving de eer en de glorie van de gehele schepping, zowel mens als dier.

Indien wij een blik om ons heen slaan is het vaak een toestand zoals wij die aantreffen rond het graf van Laza­rus. In de eerste plaats zien wij daar de situatie dat Lazarus nog in het graf ligt. Een wenende schare bij een lijk dat reeds stinkt en de beste gelovigen rondom dit graf konden het niet verder brengen dan een opstanding van dit lichaam op de jongste dag, dat wil zeggen bij de weder­komst van Christus. Jezus laat echter zien dat Hij een an­dere opstanding bedoelt en Lazarus wordt opgewekt van de dood tot het leven.

Na de overwinning op Golgotha gaat het machtige woord uit (Joh. 11:25) in vervulling waar Jezus zegt; Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij (lichamelijk) gestorven. Een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven.

Onze aardse tabernakel kan afgebroken worden, maar door het nieuwe leven in Hem blijft onze geest voor eeuwig met Hem verbonden. Door het geloof in Hem zijn wij we­dergeboren tot bewoners van het hemelse Jeruzalem, onze namen staan daar opgetekend en iedere ingeschrevene weet dit. Persoonlijk is men tot de wetenschap gekomen dat men inwoner is geworden van het hemelse Kanaän, bewoner van – een blijvende stad, door God Zelf gebouwd en gegrondvest.

De gelovigen uit het Oude Testament hebben dit in de verte aanschouwd, doch zij hebben de beloften niet verkregen. Ook zij hunkerden naar een beter, dat is een hemels Vaderland. (Heb. 11:13-16). Deze dingen zijn echter thans onder ons bereik gekomen. Zijn Geest overtuigt ons steeds meer en meer, dat de verovering van dit hemelse ‘Kanaän aanstaande is. De strijd zal in de hemelse gewesten in hevigheid gaan ontbranden en satan zal ten gronde gaan.

Zoals wij in het Oude Testament gezien hebben dat elke macht en kracht uit Israël verdreven is, zo zal dat ook in het hemelse Kanaän geschieden. Bij deze grote eindstrijd zal het opgestane Lichaam van Christus betrokken zijn.

Zien wij dan het tweede beeld van een reeds opgestane Lazarus, die echter nog geheel gebonden is met grafdoe­ken. Tot u en tot mij klinkt thans dan ook de machtige oproep des Heren: ontbind hem, maakt hem vrij, opdat hij zal gaan kunnen handelen en wandelen zoals Ik dat van een opgewekt lichaam verwacht.

Ontwaakt gij die slaapt en sta op uit de dood er Christus zal met Zijn Geest ook in u dat machtige ver­richten. Indien gij gebonden zijt, laat u dan vrij maken. Denk aan het voorbeeld van Lazarus. Hij werd volkomen her­steld en zat met Jezus aan tafel. De uitstorting van de Heilige Geest, het functioneren van de Geestelijke gaven, het opleggen der handen, de doop door onderdompeling en het persoonlijk ontvangen van de Geestesdoop behoren tot de fundamentele noodzaak tot het herstel van het lichaam van Christus.

Zijn Huis wordt gebouwd op de wijze en met de middelen die Hij daarvoor Zelf gesteld heeft. Het is een machtig feest om te weten dat men hiervoor in het plan van God mag komen tot herstel van alle dingen. Geprezen zij de Naam van Jezus die dit alles mogelijk heeft gemaakt. Hij is daartoe alle hemelen doorgegaan en heeft alles toebe­reid. Door een Geest met Hem te zijn, door Hem aan te hangen, zullen ons de toekomstige wegen geopenbaard wor­den. Ik verlang met mijn gehele wezen dat ik een goed toegerust dienstknecht in deze eindstrijd mag zijn. Werk­plaatsen voor deze machtige geestelijke eindstrijd wor­den thans geformeerd en ook door middel van ons blad ho­pen wij hieraan ze mogen en ze kunnen deelnemen. Laten wij grondig afscheid nemen van de gedachte dat er buiten de Geestesdoop en de Geestesgaven niets meer is. Wij staan pas aan het begin, doch wij willen ons uitstrekken naar het volkomene, het volmaakte. Wij weten nu nog niet wat dat zal zijn, doch een ding staat reeds vast, wij zul­len Hem gelijk zijn bij Zijn komst. Door Zijn Geest zijn wij geroepen Hem gelijkvormig te worden. Geprezen zij de Naam van Jezus. Door Zijn Geest zal het geschieden. Die Geest zal zelfs de wereld overtuigen van zonde. De ogen zullen opengaan en velen zullen in volle overgave, vrijwillig Hem volgen die het Licht der wereld is. Dan zullen wij gaan ervaren en erkennen dat Zijn leven hét leven is, dat de door Hem verkondigde boodschap dé waarheid is en dat Zijn leven in ons, het leven is. U zij de glorie, opgestane Heer! Amen.

1967.12 nr. 95

Levend Geloof 1967.12 nr. 95

Van de redactie

Redactie en medewerkers wensen alle lezers en lezeressen een voorspoedig 1968 toe!

Wij zijn erg dankbaar voor het vertrouwen dat u in het afgelopen jaar in ons blad hebt gesteld en hopen dat dit vertrouwen ook in het komende jaar niet beschaamd zal worden.

Wij danken de Heer voor de inspiraties die Hij ons gaf bij het schrijven van de talrijke artikelen, die slechts één doel hadden: de verkondiging van het (volle) evangelie in al zijn facet­ten.

In het nieuwe jaar hopen wij hiermee door te gaan. Wij rekenen opnieuw op de zalving en leiding van de Heilige Geest bij het schrijven van artikelen over talrijke on­derwerpen die de Heer ons in het hart legt.

Ook willen wij ons principe “onafhankelijkheid” hand­haven, dat wil zeggen: wij zijn niet gebonden aan een bepaalde kerk, gemeente, richting, groep, stroming of wat dan ook. Wij willen echter samen werken met allen die zich gereinigd weten door het bloed van Jezus en verlangen de volheid’ van Christus tot openbaring te brengen.

Wij staan positief tegenover gezonde gemeentevorming, als echter een groep of gemeente zich gaat afzetten tegen een andere groep of gemeente zien wij dit als een “ongezond” verschijnsel en aarzelen niet hiertegen te waarschuwen. De gemeentevorming is nog in een beginsta­dium en alleen door nauwkeurig te gehoorzamen aan de opdrachten van de Heilige Geest en Gods Woord blijf de volle evangelie beweging op de goede weg.

Juist in deze eindtijd, nu de machten der duisternis zich hoe langer hoe meer roeren, ómdat zij weten dat zij nog een korte tijd hebben, is het nodig dat het

evangelie van Jezus Christus compromisloos, radicaal en krachtig wordt gebracht, waarbij, wij willen waken voor liefdeloosheid en fanatisme aan de” ene kant en wereldgelijkvormigheid en verslapping aan de andere kant. Dit is ook het enige doel van Levend Geloof in 1968!

 

Gedachten bij de jaarwisseling

Van oud naar nieuw

Na het kerstfeest

Kerstfeest 1967 werd gevierd in een wereld waarin de mensheid hoe langer hoe meer de levende God de rug toekeert. Zonder ook maar één moment pessimistisch, somber of zwartgallig te willen zijn, zal ieder mens die de dingen eerlijk onder ogen wil zien, moeten toe­geven dat ondanks alle materiële verbeteringen die er zijn, de mensheid niet werkelijk gelukkig is. De ge­dachten aan de dood, kans op oorlog, ziekte, vrees, enz. tracht men op alle mogelijke wijze te onderdrukken, maar vroeg of laat, wordt men toch weer met de “narigheid” geconfronteerd, ondanks alle surrogaat-genoegens die er zijn.

Temidden van deze donkere en in de afgrond wegzin­kende wereld, leeft de gemeente van Christus. Tot hen behoren allen (ongeacht ras, stand of geloofsetiket) die door een persoonlijk geloof in Jezus Christus, weten dat hun zonden gereinigd zijn door het’ bloed, van Jezus.

De Gemeente van Christus vierde Kerstfeest, niet om het uiterlijk vertoon, maar omdat zij weet dat Jezus niet alleen in Bethlehems stal maar ook in eigen hart werd geboren. Welk een wonder! Welk een genade!

Hoe hebt u dit jaar kerstfeest gevierd? Is Jezus niet in uw hart geboren, dan was de Kerstfeestviering van u, in Gods ogen waardeloos, ondanks het feit dat u misschien wel een Kerstdienst in de kerk hebt meegemaakt ondanks het feit dat u misschien wel geluisterd hebt naar een kerstplaat op uw pick-up of gezien hebt naar een kerstwijding voor de tv.

Is Christus wél in uw hart geboren dan zal de dank­baarheid jegens Hem groot zijn, en juist op het Kerst­feest een hernieuwd hoogtepunt bereikt hebben. Dit kan op verschillende wijzen gebeurd zijn, maar bovenal zul­len wij – als het goed is – ons er opnieuw van bewust zijn geworden hoe groot onze verantwoordelijkheid is tegenover de miljoenen en miljoenen mensen, die ook dit jaar weer een surrogaat-kerstfeest hebben gevierd.’

Wij, die door Gods genade de ogen geopend werden voor j de volle waarheid, hebben de roeping en opdracht, om het waarachtige licht dat de duisternis in ons hart verdreef, ook tot doorbraak te laten komen in de vele mensenharten die Jezus nog niet kennen. Velen wachten’ op de volle openbaring van Jezus Christus door dé Gemeente. Vele wedergeboren (dus échte) Christenen openbaren nog teveel wereldgelijkvormigheid, gebondenheid, vleselijke gezindheid, etc. in plaats van de kracht, overwinning en liefde van Christus.

Oud en nieuw

Het bekende, maar vaak veel bekritiseerde lied: “Uren, dagen, maanden, jaren; vliegen als een schaduw heen1‘. , be­vat in elk geval deze waarheid dat de tijd als “een scha­duw heenvliegt”. De apostel Jakobus drukt het zo uit: “Gij zijt een damp, die voor korte tijd verschijnt en daarna ver­dwijnt” (Jak. 04:14). Het is waar wat de apostel Paulus schrijft in (1 Kor. 07:29): “De tijd is kort”. Vooral bij de Jaarwisseling worden wij ons dat weer ten volle bewust.

Dit korte leven, van maximum 80  a 100 jaar, is echter uitermate belangrijk. Er wordt dan n.l. beslist waar wij de oneindige eeuwigheid zullen doorbrengen, in de hemel of in de hel, oftewel voor eeuwig in gemeenschap met God of voor eeuwig gescheiden van God. De aloude vraag “Waar zult u zijn in de eeuwigheid?”, is vandaag nog even actu­eel als honderd of tweehonderd jaar geleden. Het is een vraag die wij zelf moeten beantwoorden. Er wordt niet over ons beslist waar wij de eeuwigheid door zullen bren­gen, maar wij moeten zelf beslissen. Paulus schrijft in (Rom. 03:23-24): “Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus”. Als wij niet de beslissing voor Jezus nemen, blijven wij in de greep van de duivel en zijn voor eeuwig verloren. Alleen door een persoonlijk geloof in Jezus Christus worden wij een nieuwe schepping. Wij worden wedergeboren en de Goddelijke natuur komt in ons. Het nieuwe leven begint zodra wij Jezus aannemen als onze persoonlijke Verlosser.

Velen zijn rond de Jaarwisseling vol goede voornemens. Zij willen het nieuwe jaar met een schone lei beginnen en niét weer vervallen in fouten en tekortkomingen van het oude jaar. Maar al spoedig blijkt dat alle voornemens en goede bedoelingen op niets uitlo­pen. Het werkelijke nieuw leven begint niet met een nieuw jaar, maar door met Jezus een nieuw leven te beginnen!

Mijlpaal

1967-1968. De jaarwisseling is als een mijlpaal  die ons bewust doet zijn dat de wederkomst van Jezus Christus’ steeds dichter bij komt. Immers ieder jaar, iedere dag, ja iedere minuut, brengt ons dichter bij die dag waarop we voor het eerst Jezus zullen zien van aangezicht tot aangezicht. Welk een dag zal dat zijn! Verlangt u ook naar die dag?

Bedenk dan, dat. de genadetijd nog kort is en zeer velen Jezus nog niet kennen als hun persoonlijke Ver­losser en Bevrijder. Op ons rust de verantwoordelijk­heid hen bekend te maken wie Jezus is. Wees een le­vend, brandend, actief getuige van Jezus. . Christus in 1968’

Het Woord

Meer dan ooit in de geschiedenis worden wij overspoeld met woorden. De moderne publiciteitsmedia als krant, radio en tv overstromen ons met woorden van mensen. Partijleiders, staatshoofden, geleerden, gees­telijken, enz. produceren een woordenstroom, met als enig doel onze gedachten te beïnvloeden. Dat zal in 1968 nog erger worden. Mensenwoorden gaan echter voorbij! Ze hebben misschien tijdelijk enige betekenis, maar als ze niet geïnspireerd zijn door de Heilige Geest zullen ze als sneeuw voor de zon verdwijnen.

1967 is voorbij, alles gaat voorbij, hemel en aarde zullen voorbijgaan…

Alleen Gods woord houdt stand in eeuwigheid! Gods Woord is het eeuwige, onvergankelijke zaad, waaruit ook wij geboren zijn (1 Petr. 01:23-25?.

Halle­luja!

Lees daarom in het; nieuwe jaar meer dan ooit tevoren de Bijbel, het Woord van God. Put uw kracht uit Gods Woord. Richt uw leven in naar de aanwijzingen uit Gods Woord. Lees dagelijks biddend Gods Woord.’

Het machtige uitzicht

Gods Woord vermaant ons heel vaak als gelovigen niet terug te zien, maar vooruit te zien! Paulus schrijft: “Eén ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uit strekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus” (Filip. 03:14).

De nabije toekomst is 1968, met als grote opdracht: “Uitvoering van het zendingsbevel van Jezus: Wees Mijn getuige door woord en daad. Wij zijn gered om te redden; Bevrijd om te bevrijden! Het uitvoeren van deze grote opdracht zal in de nabije toekomst – dus ook in 1968 – niet gemakkelijk worden. Naarmate de duisternis in deze wereld toeneemt en het morele verval ongekende vormen zal gaan aannemen, zal ook de haat en vervolging tegen het waarachtige christendom toenemen. Daar staat echter tegenover een toename van kracht en liefde in de echte kinderen Gods, die hun leven geheel hebben gegeven in dienst van de Meester. Zij weten met Paulus dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegenover de heerlijkheid die straks over ons geopenbaard zal worden.

Hemel en aarde zullen voorbijgaan. . . . . . . “Wij verwach­ten echter’ naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieu­we aarde, waar gerechtigheid woont”

(2 Petr. 03:09). Welk een uitzicht! Welk een toekomst! Halleluja!

 

Jezus overwon satans macht door Dirk A. Wols

”De God nu des vredes zal weldra de satan on­der uw voeten vertreden”(Rom. 16:20).

De macht van de satan is groot. Als we dit zo schrij­ven, dan weten we, dat sommige mensen boos worden. Ze worden kriebelig als we schrijven over de macht van sa­tan. We moeten het evenwel doen, want de satan gaat rond als een briesende leeuw, zoekende wie hij zou mogen verslinden. Sluit de ogen niet even, maar gun u eens een blik in de inrichtingen, in mensen, die bezet gebied zijn van de één of andere macht. Welk een ellende mateloos groot. Welk een niet te peilen wee over de­zulken. Sommigen gaan brullende als een koe door het leven, vastgeketend aan hun ledikant. Maar ook buiten de inrichtingen is veel geestelijke ellende en geeste­lijke armoede, veel stelen van geestelijk voedsel, geen houvast in dit leven.

Nu kunnen we alle nood niet oplossen. We zijn niet geroepen om de inrichtingen binnen te gaan en aan de lopende band duivelen uit te werpen. Dit is ook niet mogelijk. De macht daartoe is er zeker. Door de kracht van het bloed van het Lam kan ieder mens vrij komen van de machten der hel. Maar… wat we niet kunnen, dat is, . de mens af doende vrijwaren voor nieuwe bezetting als hij weigert hart en leven aan Jezus te geven. Zodat de bevrijding een slechts tijdelijke zaak blijft.

Echter, voor hen, die willen bevrijd, worden is er verlossing door het bloed van Jezus, en die willen waarlijk hun leven aan Jezus te geven, voor hen is er ook blijvende verlossing. Halleluja.

Ook voor hen, die in de wil gebonden zijn, is er ech­ter ook verlossing van de macht der demonen. Daarna moet door onderwijs afgewacht worden of zij zichzelf door wedergeboorte beveiligen door het bloed van het Lam tegen de ongetwijfeld opdringénde machten. De bevrijding is echter zó onwedersprekelijk dan dat zij niet anders dan kunnen erkennen dat zij vrij zijn van de macht, die hen bond.

Toen we de strijd aanbonden tegen een legermacht van 500 hebben we nimmer getwijfeld aan de almacht van Jezus. Ten laatste overwonnen we in Zijn kracht en door Zijn bloed. Ook de wildste en ontembaarste mach­ten zijn machteloos onder de bediening van het bloed van het Lam en zullen het veld moeten ruimen. Daar zijn geen grenzen aan Jezus’ macht.

Let wel, het gaat hier niet om handoplegging. Dui­velen worden niet uitgeworpen door handoplegging. Het gaat hier om wezenlijke strijd tegen machten die eerst openbaar moeten komen door het bloed van het Lam. Door openlijke tentoonstelling heeft Jezus over hen getri­omfeerd. In Zijn kracht staande vrezen we geen kwaad want door datzelfde bloed zijn wij onaantastbaar in de geweldige worsteling met de hel.

Sommigen zeggen, dat men gebondenen niet mag aanraken. Is men daarvoor bevreesd, dan moet men de strijd met de machten niet aanbinden. Gelooft men niet in eigen onaantastbaarheid door de kracht van het bloed van het Lam, maar is er versaagdheid en geen voldoende vertrouwen in Jezus’ overwinnende kracht, houdt u dan verre van het wezenlijke strijdtoneel waar reële dachten met der daad worden uitgeworpen, uitgedreven, en niet door te aaien uitgegaan.

De machten variëren in kracht en sterkte. Er zijn sterke vorsten onder hen, die zich zomaar niet gewon­nen geven, er zijn legeraanvoerders over éen legermacht, die taaie tegenstand kunnen bieden, maar alles zwicht voor de kracht van het bloed van het Lam. Som­migen verwerpen de strijd. Zij menen, dat de boze hup één, twee, drie het veld moet ruimen. Zij menen (te­recht) dat de strijd die Israël voerde tegen de om­ringende volken in het Oude Testament de afschaduwing is van de geestelijke strijd tegen de geestelijke nachten. Maar zij verwerpen gemakshalve de zware strijd die eraan verbonden kan zijn. Als ‘men die verwerpt, waag u dan niet aan de strijd met de machten. Men be­reikt wel dat men de machten kan binden voor een tijd maar van uitwerping is geen sprake. Het slachtoffer er­vaart geen bevrijding, wel een tijdelijke verlichting. Wij zullen echter niet alleen binden, maar ook uitwerpen. Begin er echter niet aan als men de strijd vreest.

De machten vrezen onze grote woorden niet. We hoor­den zo van broeders, die wel eens eventjes die machten zouden binden en uitwerpen. Zij legden de handen op, maar er gebeurde nooit wat, maar zij meenden, dat de zaak in de hemelse gewesten nu beslist was. Zij vergaten echter, dat, als de macht werkelijk overwonnen is in uitwerping voor die mens, er ook een wezenlijk antwoord van die mens moet komen. Hij of zij moeten erkennen, dat ze be­vrijd zijn en als zij dit niet erkennen dan is er iets scheef.

Bij een wilde macht, die gebruik maakte van de spier­kracht van het slachtoffer, riepen we eens de hulp in van broeders om handen en voeten vast te houden, bij een volgende bediening. Ze weigerden omdat ze de zaak on­zichtbaar wilden houden en niet geloofden wat het evan­gelie zegt over machtsvertoon van demonen. Achteraf wa­ren we blij met hun weigering, want nog geen tien man hadden de macht in bedwang kunnen houden en ook wijzelf waren nergens meer geweest en hadden ergens verminkt in de hoek van de kamer gelegen, ware het niet dat door een bijzondere openbaring van het. bloed van het Lam de macht machteloos gebonden zijn uitwerping tegemoet ging. Glorie voor Jezus.

Wij hebben gezien dat Jezus overwint de macht van sa­tan. Men moet echter geen hoge gedachten koesteren dat we het zelf kunnen. God doet het wel door ons heen. Het is echter de kracht van Jezus die de overwinning geeft. Ten onrechte menen velen, dat we de machten, die gaan spreken de mond moeten snoeren. Waarom? Is men be­vreesd? Ondervraag de gearresteerde en maak gebruik van de gelegenheid, want Jezus heeft de machten en overhe­den openlijk tentoongesteld. Deze tentoonstelling grens grenst aan het ongelofelijke, want in hun angst en wee maken zij alle geheimen bekend waardoor zij moeten wijken. Stel u voor, dat de rechter de misdadiger niet meer mag ondervragen. Zodoende blijven we dom, omdat we van de openlijke tentoonstelling van machten en overheden geen vrijmoedig gebruik durven of willen maken. Het is een geschenk van Jezus. Soms deden de machten gruwelijke voorstellen, te erg om neer te schrijven, maar als onaantastbare in Jezus zijn wij bestand tegen iedere vijandelijke aanval.

We hebben gezien dat; de machten vrezen voor Jezus. Ze zijn ontzettend benauwd als er werkelijk front te­gen hen gemaakt wordt omdat ze weten, dat het dan met hen gebeurd is, mits er op de juiste wijze gestreden wordt. Zij kennen hun bestrijders en willen eerst zijn volharding trachten uit te vissen. Voorzichtig stel­len wij vast, dat een bediening van een uur wel voldoende is om reële lichte machten uit te werpen. De­ze tijd kan bekort naarmate de frontvorming allerwege toe zou nemen en onze inzet volkomener wordt, want God heeft er een machtig welbehagen in als Hij ziet dat wij voor elkaar op de bres staan.

Geen grenzen aan Jezus’ macht. De tomeloze macht moet wijken voor de kracht van Jezus’ bloed. Die werkelijk vrij wil, kan vrij komen door Jezus’ bloed. Door een bloedbediening zullen zij in paniek het veld moeten ruimen. Glorie voor Jezus. Jezus overwon satans macht. Het is mij een diepe vreugde u te melden, dat niets tegen Jezus bestand is, en alle macht moet wij­ken en dit ook werkelijk door het slachtoffer wordt erkend. In de nazorg gaat het erom, hen te vrijwaren van oprukkende machten zodat zijzelf overwinnaar wor­den door datzelfde bloed van het Lam waardoor zij be­vrijd zijn. Dit vergt wel eens tijd en de noodzaak om ook de teruggekeerde machten weer te bestrijden als het slachtoffer door hen weer onder de voet is gelo­pen. Maar ook terugkerende machten wijken voor de kracht van het bloed van het Lam en het slachtoffer heeft een dure les ontvangen daar terugkerende mach­ten niet zo erg soepel meer zijn. Zó leert langzaam maar zeker het slachtoffer te staan in de kracht van Jezus daar hij de bevrijding ervaren heeft van Zijn bloed. Geduld en volharding kenmerken de strijd tegen de machten. Dat geduld valt niet altijd gemakkelijk op te brengen. Ik kan u niet meer helpen, schreven we eens aan een gebondens, die bevrijd was geweest, maar de machten waren teruggekomen op een aan te wijzen tijdstip. Maar glorie, Jezus kon het wel, en weer vluchtte de vijand voor de geweldige kracht van het ‘bloed, zij het dan na zware gevechten en zware te­genstand.

De macht moest erkennen, niet opgewassen te zijn te­gen de kracht van het bloed van het Lam. Glorie voor Jezus!

 

De scheiding door Jan W. Companjen

“Want elk huis wordt door iemand gebouwd, maar de bouwmeester van alles is God” (Heb. 03:04).

Langzaam maar zeker groeien wij weer op naar een hoogte waar we weer uitzicht gaan krijgen op het geestelijke doel van de Gemeente als het Lichaam van Chris­tus. Overal ritselt het en hier en daar laait het vuur van verlossing en bevrijding steeds hoger op. Op het kerkelijke erf worden hier en daar de remmen aange­draaid om een nog verder afglijden te voorkomen, o. a. zijn 24 predikanten bezorgd over het apostolaat in de kerk en zij vragen zich af of dit wel juist is. In dit verband merken zij op dat de kerkelijke leiders in supe­rieure hooghartigheid, die nergens anders op berust dan op “wereldse wijsheid”, het geloof der gemeente, dat wil zeggen van de gelovigen, als fundamentalistisch, piëtis­tisch, achterlijk of niet modern brandmerken. Zij zijn van mening dat het schort aan rechte Bijbelse prediking en dat er een diepe schuld op de kerk ligt met name te­genover hen die de kerk om die reden verlieten. Het is nu de tijd, aldus die brief, om terug te keren tot de ware prediking, de vervulling van de pinksterbelofte.

Uit de reacties die hierop volgden, kan men klaar en duidelijk leren dat de scheiding der geesten in volle gang is. Aan de ene kant vindt men de hunkerende en zoekende Christenen die wakker geschud zijn en tot het

inzicht gekomen zijn dat het door Christus bevrijdde, volk, volkomen onder de ban van hélse, demonische, machten, tot een gebonden, geketend en vruchteloos lichaam is geworden. Het visioen in Ezechiël 37. Het dal met de doodsbeenderen- is hiervan een beeld. Zij hunkeren naar herstel door middel van de Geest Gods die de beenderen weer bijeen zal brengen en zal ver­vullen met de Geest Gods. Aan de andere kant ziet men de grote scharen christenen die herstel zoeken in een steeds meer samengaan tussen kerkelijke denominaties, waarbij niet het bloed van Jezus als de grondslag van het nieuwe verbond wordt gezien doch gefundeerd wordt op menselijke instellingen en/of overwegingen. Ieder verlangen naar een geestelijk herstel wordt in deze laatste lering als overdreven gedoe van de hand gewe­zen. Het is dan ook geen wonder dat een echt gemeende oproep tot terugkeer naar een gemeente, die overeen­komstig wil zijn met Gods Woord, geen enkel goed woord uit die kringen ontvangen heeft.

Het is tijd dat het mes er diep ingaat en dat de Jonathans, die David (Jezus) kennen, er oog voor gaan krijgen. , dat de tijd voor afzondering en uittrekking aanstaande, c. q. aangebroken is. Indien zij niet tot deze afzondering kunnen besluiten kon het wel eens gebeuren dat zij met het oude geestelijke huis, waar­van Saul een type is, te gronde gaan. Men leze da. ar- voor maar eens de geschiedenis van Jonathan na. On­danks zijn grote , kennis van zaken, waarbij, hij het niet onder stoelen of banken stak dat hij wist dat een nieuw koninkrijk aanstaande was en dat hij een zeer grote liefde bezat tegenover de a.s. koning,  David, bleef hij toch steken in de oude systemen van zijn va­derlijk huis. Hij stierf samen met zijn vader op het slagveld. Hij durfde het niet aan om met David de. woestijn in te gaan en daar in een spelonk te verblij­ven met een stelletje ontevredenen en schuldenaren. Toch behoorde dat groepje mensen tot de geroepenen, die in de woestijn klaargemaakt werden voor de rege­ringsfuncties in het komende vrederijk. Lees Gods Woord er maar op na. Zij hadden niet alleen geloof in het komende rijk met zijn koning doch zij durfden er ook naar te handelen. Geloof dat zonder “werken” ge­paard gaat is géén geloof. Geloof zonder de werken is dood. Wij zullen echter de kunst moeten leren verstaan om te handelen overeenkomstig de wil van Hem die onze Leidsman is. Zoals Hij gezonden werd door de Vader, zo zendt Hij ons. Hij deed geen ding of Hij. had het de Vader zien doen. Hier ligt het geheim. Hij wist te zijn in de wil des Vaders. Jezus hielp een ieder die tot Hem kwam of die Hij, innerlijk daartoe door de Geest geleid, per­soonlijk riep of bezocht. Deze laatste gevallen zijn uit­zonderingen. Er lagen er tientallen in het badwater te Siloam, toch ging Hij er maar één bezoeken. Door de Geest geopenbaard, wist Hij wat er met deze man aan de hand was en na zijn genezing gaf Hij hen dan ook de waar­schuwing mee, dat hij niet opnieuw moest zondigen, opdat hem niet iets ergers zou overkomen. Dit zijn keiharde feiten die de mens zonder meer op beide benen zet. De verantwoording bij de genezen mens is groter dan bij welk ander schepsel ook. Hij dient te weten tot wiens glorie en eer hij leeft. Hij dient te weten dat hij kroon der schepping is en dat hij zich dientengevolge konink­lijk dient te gedragen. Dit gedrag zal in ons jonge geestelijke leven nog wel eens een kneus krijgen, doch wij dienen op te wassen tot rechtgeaarde goede koningen uit één stuk. Dat is het doel en daartoe gaf Hij ons Zijn heerlijkheid. Ja, dat leest u goed, Hij gaf ons Zijn heerlijkheid opdat wij zullen kunnen opwassen tot Zijn volheid, tot mensen uit één stuk, mensen geboren en gevormd naar het beeld van Christus. Deze volmaking is een werk van Zijn Geest. Die Geest zal het doen, indien wij daar hunkerende en jagende naar zijn. Datgene doende wat Zijn Geest ons zegt en openbaart. Gelovende dat de weg die Hij in ons hart legt de enig goede weg is. Dat wij daartoe machtige gaven des Geestes ontvangen hebben is een zaak die steeds beter moet gaan functioneren. Door de gave van profetie wil Hij ons door de mond van anderen bevestigen dat de in ons levende weg een goede weg is. In moeilijke omstandigheden wil Hij door een Goddelijk Woord van wijsheid ons de juiste oplossing geven, terwijl Hij bij ziekte door middel van de gave der genezing alle nood kan lenigen. Al deze dingen dienen ook daarvoor dat wij tot de volmaaktheid kunnen komen.

Wij zullen onberispelijk zijn naar geest, ziel en lichaam, dat is Zijn wil. Gelooft u in deze dingen? Is uw hart bereid tot de ontvangst van dit heil? Bent u ook op weg om toegerust te worden, om dienstbaar te zijn in het komende Rijk waar Jezus met de Zijnen zullen rege­ren. Het Lichaam van Jezus, de Gemeente, is geroepen om de grote eindfase ten uitvoer te brengen. Zij is geroepen om een grote geestelijke taak te vervullen. Ga vanuit dit gezichtspunt weer eens opnieuw het boek’ Openbaring bestuderen. De eerste hoofdstukken hande­len over dé gemeenten, zoals wij die tot op heden ge­kend nebben. De overwinnaars gaan het heil beërven, zullen gekleed worden in witte klederen, zullen ge­maakt worden tot zuilen in de Tempel Gods. Zij zullen met Hem aanzitten in de troon van Hem die gezeten is in s Vaders troon. Dan zien wij in. de volgende twee hoofdstukken dat de hemel geopend is en een machtige omschrijving van de hemelse macht van Jezus en Zijn heerlijkheid. De boeken worden geopend en de oordelen gaan over de wereld komen. Dan zien wij aan de ene kant de verzegeling en toerusting van al de Zijnen en een oogst zo groot dat ze niet te tellen is en aan de andere kant de ondergang van de valse kerk, de hoer, Babylon. De scheiding tussen tarwe en onkruid, Dolik, een vergiftige grassoort, die eerst bedriegelijk veel op tarwe lijkt, komt steeds duidelijker aan het licht. Steeds dringender zal de roep gaan weer­klinken dat wij uit moeten trekken uit die kerken, groepen of gemeenschappen waarin wij niets meer of steeds minder horen van de verlossing die er alleen maar is in Jezus Christus.

Het nieuwe verbond is in Zijn, bloed. Een andere weg is er niet. Persoonlijk zal een ieder deze verlossing moeten aanvaarden. Dit is de weg door de Vader zelf
bepaald. In deze eindtijd zal deze waarheid nog eenmaal keihard, recht op de man af, verkondigd worden.
En, prijs de Heer, ook aangenomen worden. Het zal zijn een schare die niemand tellen kan. Zij hebben allen hun gewaden gewassen en wit gemaakt in het bloed des Lams. In de Bruiloftszaal hebben de gasten witte klederen aan en er is er slechts één zo eigenwijs die meent dat het ook wel in het oude pakje (de besnijdenis c. q. kinderdoop), het verbond van Abram, kan. Zijn Huis wordt nu gebouwd, dat Huis wordt een Geestelijk Huis. Hij is de Hoeksteen en wij mogen levende stenen zijn. Hij heeft ons getoond hoe de Vader dit Huis gebouwd wil hebben.

Willen wij gehoorzaam zijn dan geeft Hij ons Zijn Geest opdat onze sterfelijke lichamen geestelijk levend ge­maakt zullen worden tot eer en glorie van Zijn Naam.

 

Hoe loopt u? Waar loopt u? (4) door J. Th. Kuyck

Ja, het “Hoe loop je?” hangt helemaal af van de plaats waar je loopt. Om vertrouwelijk met iemand om te gaan moet je wel heel zeker zijn van de veiligheid die je bij die persoon zult vinden.

Veiligheid? Dit leven geeft je weinig veiligheid en de mensen om je heen geven je ook maar weinig veilig­heid. Wat een rust is het dan te weten, dat er een God is, die ons door alles heen altijd lief blijft hebben. Geen vreemde God, maar een God, Die we juist beter heb­ben leren kennen toen er bij ons iets mis ging.

Guurtje voelde zich niet veilig bij die vreemde me­vrouw en omdat die mevrouw in haar gevoel zó ver boven haar stond, deed ze zo wanhopig haar best om met haar in de pas te blijven.

Herkent u uzelf hier in? Doen wij niet precies het­zelfde als we ook wanhopig proberen om met God in de pas te blijven, bijvoorbeeld door strenger de wet te hou­den of door meer wonderen, ik zou haast zeggen te fok­ken. Hebt u er wel eens over nagedacht dat als onze Heiland zegt: “In Mijn Naam. . . . ,. “, Hij dan eerst een be­vel aan u moet geven waar en hoe u Zijn Naam moet gaan gebruiken?

Hij gaat met Zijn kinderen net zo om als ik vroeger met de mijne. Mijn jongetjes kochten eens in een snoep­winkeltje handen vol snoep met de mededeling er bij: “Het mag van tante Jacq”. Ze moesten ze netjes terug brengen en wat al opgegeten was uit hun eigen spaarpot beta­len. Ze konden en mochten ook niet zeggen: “In naam van tante Jacq”, daar had ik ze geen tóestemming voor gegeven.

Hoe het dan wel moet? Ook nu, nu het de satan steeds meer gelukt onze aandacht meer te bepalen bij de “kleine” wonderen van genezing dan bij het grote wonder dat Gods eigen Zoon onze straf op Zich nam. Daarom i^il ik met u de loop van zo’n genezing, heel voorzichtig achter Jezus aan, weer mee beleven.

Het is al jaren geleden. We woonden nog met ons kinderwerk van “de Lichthoeve” in Santpoort vrij dicht bij het krankzinnigengesticht “Meerenberg” . In ons huis woonde ook een verpleegster die vrij veel werk deed en dan gaat God op een mooie. zomerdag een gene­zing en een bekering in elkaar zetten.

In een van de Noordelijke provincies woont een we­duwe mét één dochter en die dochter wil de wereld in en gaat werken op “Meerenberg”. De moeder, die nooit in Holland is geweest, haar hele leven in een kleine plaats in het noorden heeft doorgebracht, heeft zorg­en om haar kind en doet dat wat iedere gelovige moe-, der in zo’n geval zal doen, ze praat met God over haar zorgen en God zet allerlei mensen in beweging. Eerst een collega: “Heb je geen dienst? Och ga jp dan even mee naar het dorp?”. Dan een voorbijganger: “Och, zuster, rijdt u langs de “Lichthoeve”? Wilt u dan daar dit briefje voor de wijkzuster afgeven?”. En aan de andere kant van die weg, waar twee mensen elkaar moesten ontmoeten, zei een tuinder tegen zijn vrouw: “Die bonen is niet veel meer, zal ik ze op de “Lichthoeve” vragen of ze cadeau willen hebben?”

Een kwartiertje later zaten alle grote kinderen en personeel bonen af te halen en uit de bundel van Johannes de Heer te zingen. En dan brengt God dat meisje uit het noorden en die zingende bonenafhaalsters bij elkaar. Het zijn de liedjes die haar moeder thuis ook altijd zong, maar ze wil er liever niet naar luisteren, want ze wilde deze avond eens lekker uit, de wereld leren kennen. Maar ze gaat die avond niet uit, ze kan niet. Waarom hebben die vervelende mensen van de “Lichthoeve” nu als slot precies moeders lie­velingslied gezongen? En dan begint bij haar de strijd tussen het gebed van haar moeder en het lied, moeders lied, dat wij zongen aan de ene kant, en de satan, die haar bijna overgehaald had de wereld in te gaan, aan de andere kant.

Drie dagen heeft ze gevochten tegen satan, toen had hij haar klein. Ze werd volkomen bezeten opgevangen in de duinen en reeds de volgende dag kreeg ik een briefje of ik bij die en die wilde komen, de naam kende ik niet. Ik had het druk en geloofde het wel, pas de vierde dag vond ik tijd om haar te bezoeken en ontdekte dat de patiënte die om mij geroepen had en het jonge ding dat bij ons gezeten had, die dag toen we bonen had­den gekregen, een en dezelfde was.

Ik nam haar een paar dagen later bij mij in huis en daar kreeg ze een wilde bui, vloog een jong meisje aan en wilde zichzelf van kant maken. Ik werd geroepen,, maar ‘dat maakte haar alleen maar onrustiger en op een gegeven moment greep ze naar me en wilde mij de keel dicht knijpen. De toestand werd daardoor voor mij ook ge­vaarlijk.

Maar ik had het nauwelijks gezegd: In de Naam van Jezus, satan, ga uit” of ze viel op haar knieën en schreeuwde het uit: “Wees mij genadig, o wees mij genadig o God”, om enkele ogenblikken later in verbazing te zeggen: “Die vrede die ze hier hebben en die mijn moeder heeft, heb ik nu ook”.

Begrijpt u wat ik met deze geschiedenis bedoel? Aan deze verlossing en bekering was een wandelen en een praten met God van de moeder aan vooraf gegaan. Daar was een zingen van Gods liefde, resultaat van met God wandelen, aan vooraf gegaan en een collega, die zei: Kun je een boodschap voor mij doen, en een vreemde voorbij­ganger die vroeg: Komt u langs de “Lichthoeve”, wilt u dan dit briefje voor de wijkzuster afgeven, en na al die voorbereidingen, toen de tijd rijp was, zei God: Nu.

Als we leren luisteren naar dat “nu” van Hem maken we geen brokken. Maar Zijn nu kun je alleen verstaan, als je op dat ogenblik, net als Guurtje toen met mij, arm in arm loopt, pratend met Hem over de dingen die je zwaar liggen, of dat nu een lastige schooljuffrouw, een vervelend kind of dat het een wild geworden bezetene is.
Onze Heiland stelt in al onze dingen belang. Hij luistert altijd naar ons, maar helpen “kan Hij ons alleen als we Hem niet voor de voeten lopen en niet zeggen: “Dat zal ik wel voor u doen”, als Hij het je niet’ eerst heeft opgedragen. Onze weg mag nooit zijn voor Hem uit, maar altijd achter Hem aan.

 

Heiliging door J. Noë

“Want dit wil God: uw heiliging” (1 Thess. 04:03).

“En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen de­le onberispelijk bewaard te zijn. Die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen” (1 Thess. 5:23-24).

Lieve vrienden’ In mijn artikelen over het bloed (Nr. 88,89,90) heb ik ook een klein stukje aan de heiliging gewijd. Ik heb toen geschreven dat heiliging o.a. afzondering betekent, maar dat dit tevens inhoudt: een volkomen overgave en toewijding aan de Heer, opdat wij Zijn Heiligheid deelachtig worden. Want dat is de wil van God: onze heiliging. ‘ Daartoe heeft Hij Zijn Zoon Je­zus Christus gegeven, opdat door Diens offer op Golgotha deze heiliging mogelijk zou worden.

(Heb. 10:10) zegt: “Krachtens die wil zijn wij eens voor altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus”.

(Heb. 10:14) zegt: “Want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden”.

Jezus heeft dus voor ons de weg bereid en wilt u nu deze weg, welke steil en smal is, gaan? Er staat wel: “En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al al. . . . . ” maar zonder onze medewerking, zonder onze wil kan God niets doen.

U begrijpt, dat bij het proces van heiligmaking er heel wat in ons verdwijnen moet.

Jezus kan ons pas als een goed functionerend instru­ment gebruiken als al datgene wat een belemmering tot volkomen overgave aan Hem vormt, is opgeruimd. Om met vrijmoedigheid het heiligdom Gods binnen te treden, moeten we er wel terdege van doordrongen zijn dat we waardig zijn om dit te . doen, dus met een waarachtig hart, een hart dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, kwaad geweten. (Heb. 10:19-22).

(1 Joh. 03:21) zegt: “Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tegenover God en ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij Zijn geboden bewaren en doen wat welgevallig is voor Zijn aangezicht”.

Het hart moet dus zuiver zijn. Het hart, het geweten van een gelovige, houdt, gelijke tred met zijn geestelijke groei. De geest en het hart zijn nauw met elkaar verbon­den. Daarom is het zo belangrijk dat wij geestelijk we­dergeboren en met de Heilige Geest gedoopt zijn. De Geest overtuigt ons niet alleen van zonde, maar Hij open­baart ons ook al datgene wat wij willen doen of doen dat niet volgens de wil van God is en wat on zichzelf niet zondig behoeft te zijn. Belijdenis van zonde met een oprecht en berouwvol hart, alsmede het laten varen van al datgene wat Zijn welbehagen niet heeft, is abso­luut noodzakelijk om je hart zuiver te maken en tot – heiliging te komen. Kerkelijke mensen, die niet met de Heilige Geest gedoopt zijn en ook niet geestelijk weder­geboren; hetzij, doordat ze onder het juk van het oude verbond willen blijven; hetzij, doordat ze alleen datge­ne uit Gods Woord willen aanvaarden, dat met hun inzichten strookt en dus volkomen naar het vlees leven, kunnen niet verwachten dat ze Zijn heiligheid deelachtig worden omdat ze de weg die Hij aanwijst niet willen in­slaan. De geestelijk wedergeborenen, die om de een of andere reden niet verder zijn gekomen, op een zeker geestelijk niveau zijn blijven staan, en dus de steile en smalle weg niet verder zijn gegaan, ontnemen zich daar­door ook de kans op volkomen heiliging.

Wat de met de Heilige Geest gedoopten betreft, ook hiervan weten, wij, dat er nogal één en ander aan man­keert. Hoewel God machtige dingen door Zijn kinderen doet, gebeurt het nog dikwijls dat naar het vlees gehandeld wordt en door ons dingen gedaan worden, ook wat het gebruik van de geestelijke gaven betreft, die God niet welgevallig zijn, in of buiten de samenkomst. De gevolgen zijn er ook naar en we doen daarmede de Naam van Jezus grote schade aan. We moeten ons zelf geregeld aan een grondig onderzoek onderwerpen; is ons hart wel zuiver tegenover God? Handelen we niet dikwijls te overijld? Gunnen we ons niet de tijd om op de leiding van de Geest te wachten? Het is niet zo eenvoudig, omdat het vlees altijd een woordje wil mee spreken. Soms denken we wel, dat het uit de Geest is maar de ontnuchtering komt spoedig.

Als we ons zelf geheel uitschakelen en ons volkomen overgeven aan de leiding van de Geest, in of buiten de samenkomst, dan kan het niet anders of we zullen de kracht van de Geest ervaren. Ik heb bijeenkomsten meegemaakt, waar, nadat gewacht werd op de zalving van de Geest, na gebed en lofprijzing met het verstand en in de Geest (ook zingen), de zonden in de gemeente open­baar werden, hetzij van bepaalde personen of van de gemeente in zijn geheel.

En dit, lieve vrienden, is o zo nodig, om tot heiliging te komen, opdat het Lichaam van Christus zal functioneren zoals het behoort. En als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle onge­rechtigheid. Halleluja’

En Hij, de God des vredes, heilige u ge­heel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Je­zus Christus blijken in allen dele onbe­rispelijk bewaard te zijn. Die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen!‘. (1 Thess. 05:23-24) – Halleluja!

 

Volle Evangelie gebouw, Bethel” te Boskoop geopend

Broeder J. Keizer, Ridderbuurt 70 te Boskoop stuur­de ons een verslag van de opening van het nieuwe gebouw van de Volle Evangelie Gemeente aldaar, welke wij gaarne in ons blad willen opnemen.

“De Heer heeft grote dingen bij ons gedaan, daarom zijn we verheugd.

Op woensdag 11 oktober vond de officiële opening plaats van het gebouw “Bethel” te Boskoop.

Deze Gemeente bestaat uit, een stichtingscomité, ver­enigd in de Volle Evangelie Stichting “Bethel”, waarvan voorzitter is de heer J. Modderkolk te Boskoop en se­cretaris de heer H. de Maaker uit Reeuwijk.

De zaal die ruimte biedt voor over de 100 zitplaatsen was deze avond geheel gevuld met broeders, zusters en belangstellenden uit de omgeving.

Als gastspreker was in ons midden de heer J. E. v. d. Brink, redacteur van “Kracht van Omhoog”, die ons naar aanleiding van (Heb. 06:01-02 en Heb. 06:05) er op wees dat elke samenkomst dient te rusten op het enige fundament Jezus Christus zoals Hij zich in Zich in de Bijbel openbaart. Op het fundament moet gebouwd worden, het zich tot God be­keren is het eerste wat de mens moet doen.

Spreker wees er ook nog op dat er een doop is met water en een doop met de  Heilige Geest. De oplegging der handen is een van de mooiste dingen in het christe­lijk leven, wij claimen de gebondenen voor Christus, en wij geloven in de openbaring van de zonen Gods.

Onze voorganger sloot deze samenkomst met dankgebed, waarna wij nog zongen: ’k Wil U, o God mijn dank betalen.

Gaarne wijzen wij U er nog op dat dit gebouw een gees­telijk ‘opbouwcentrum wil zijn voor mensen die geestelijk en lichamelijk zijn gebonden.

Dit kan mede worden gerealiseerd doordat achter het gebouw voldoende ruimte is voor uitbouw.

Onze gedachten gaan hierbij uit tot het plaatsen van een houten gebouw waarin deze mensen kunnen worden gehuisvest voor een of meerdere weken.

Zij nog, vermeld dat inmiddels de woongelegenheid bo­ven de samenkomstzaal in gebruik genomen is door het gezin van broeder en zuster Modderkolk’. ‘.

Tot zover dit verslag van broeder Keizer over de opening van het volle evangelie gebouw ”Bethel” te Boskoop. Zij nog vermeld dat de gemeente op 10 december een gezegende doopdienst hield. Wij wensen de broeders en zusters in Boskoop Gods rijke zegen toe bij hun arbeid in’ dienst van de Heer!

Levend Geloof – 94

Levend Geloof 1967.11 nr. 94

Is uw denken reeds vernieuwd? Door Gert Jan Doornink

Gedachten spelen in het leven van ieder mens een be­langrijke rol. Alles wat wij denken komt tot uiting in de woorden die wij spreken, in de daden die wij doen, kortom hoe wij ons openbaren in deze wereld.

Wat is de achtergrond van ons denken?

Waardoor wordt onze gedachtewereld beheerst? Wat is de achtergrond van ons denken? Om deze vragen te beant­woorden, moeten wij weten dat er zich een voortdurende strijd afspeelt in onze gedachtewereld. De strijd tus­sen God en satan; tussen de machten van goed en kwaad.

Bij de wedergeboorte kwam de Goddelijke natuur in ons, maar wij behielden onze vrije wil! Wij kunnen Gód dienen of de satan.

Zo alleen kunnen wij de woorden van Paulus begrijpen als hij schrijft in (Rom. 12:02): “Wordt niet, gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt onderkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene”.

Paulus schrijft deze woorden aan gelovigen, maar hij weet ook deze hebben een eigen wil: Zij kunnen God die­nen of de duivel’. Hij weet hoe de duivel er steeds weer in slaagt gelovigen op non-actief te stellen, maar hij weet ook wat de oorzaak daarvan is. Hij dringt door tot de kern: Hun denken moet vernieuwd worden.

Deze vermaning heeft de Gemeente van Christus van 1967 ook dringend nodig. Zij moet hervormd worden, niet door verandering van kerk, maar door vernieuwing van denken. Alleen zo zal zij ten volle bruikbaar zijn in dienst van de Meester.

Wordt niet gelijkvormig aan deze wereld

Voor de gelovigen bestaat het grote gevaar dat zij weer precies hetzelfde doen als de wereld. Wij zijn ech­ter nieuwe scheppingen, uit God geboren. Wij moeten ons bewust zijn dat alle dingen nieuw geworden zijn. Wij zijn anders, totaal anders! Wij zijn in de wereld, maar niet van de wereld. “Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden” (Kol. 01:13-14)

(1 Joh. 02:15-17) zegt: “Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld, lief­heeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de be­geerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voor­bij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid”. Wij zijn anders dan de wereld.

Wij zijn met Christus afgestorven aan de wereldgees­ten (Kol. 02:20). Wij zijn afgestorven aan de zonden (1 Petr. 02:24). Wij zijn gestorven aan ons eigen ik (Gal. 02:20). Het is echter zo tragisch dat daar zo weinig van beleefd wordt.

Velen hebben de wereld lief. Zij geven de duivel een vinger, zonder te beseffen dat hij spoedig de hele hand pakt!

Het is niet alleen tragisch, maar ook dom en dwaas immers zodra wij wereldgelijkvormig worden, gaan wij iets liefhebben wat voorbij gaat. Het is surrogaat wat de wereldse genoegens ons bieden. …….”De wereld gaat- voorbij én haar begeren” (1 Joh. 02:17).

Ook de apostel Jacobus waarschuwt ons de wereld niet lief te hebben. “Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader is…… zichzelf onbesmet van de wereld bewaren”(Jak. 01:27). Vriendschap met de wereld is vijandschap tegen God. “Wie dus een vriend der we­reld wil zijn, wordt metterdaad een vijand van God”(Jak. 04:04). Vriendschap met de wereld kan nooit samengaan met een leven in dienst van God.’ !

Hoeveel kinderen Gods knielen vandaag aan de dag niet bij de moderne afgoden van deze tijd: Sport, tele­visie, enz. Maar vooral ook is er een opgaan in de “gewone dingen”. Het is evenals in de tijd van Noach. Vele dingen van deze wereld zijn op zichzelf niet ver­keerd, maar wel ‘Als ons hart er naar uitgaat!

Kind van God, stel u zelf deze ernstige vraag: Ben ik wereldgelijkvormig of ben ik Christus gelijkvormig?  Doe ik de werken van het vlees (Gal. 05:19-21) of ben ik vol van de Heilige Geest?

Nu zegt u misschien: Er is in mij wel een oprecht verlangen om de Heer oprecht te dienen, maar het wil maar niet lukken. Wat kan de oorzaak zijn? (Rom. 12:02) geeft een duidelijk antwoord hierop.

Is ons denken al vernieuwd?

Is ons denken reeds vernieuwd? Alleen dat geeft hervorming. Alléén door vernieuwing van ons denken ver­anderen wij van een wereldgelijkvormige in een Christus- gelijkvormige.. !

Bedenk goed, dat iedere daad, ieder woord, iedere handeling wordt voorafgegaan door een gedachte, door ons denken.

Onze gedachtewereld is als het ware het hoofdbureau waar de beslissingen worden genomen. Als wij zondigen, is daar een gedachte aan voorafgegaan. We zondigen niet zomaar, maar eerst komt de verleider, de verzoeker, het gaat stap voor stap. (Jak. 01:14-15)

Daarom is het zo belangrijk dat onze gedachtewereld rein en heilig is, gericht is op de levende God door een leven van geloof te openbaren (Rom. 12:03)

Wat zijn de oorzaken van verkeerd denken?

Het is goed om de oorzaken van verkeerd denken onder ogen te zien, opdat we anders, dat wil zeggen goed, gaan denken. Dan zal ook de uitwerking anders zijn! Hier zijn enkele oorzaken.

1.Geen voldoende gemeenschap zoeken met God door te weinig Bijbelstudie en gebed. Leest u dagelijks in Gods Woord? Niet’ een stukje uit sleur, maar neemt u werkelijk voldoende tijd om Gods Woord biddend te bestuderen? Hoe zult u Gods wil leren kennen als u niet thuis bent in de Bijbel? En hoe staat het met het bidden? Velen hebben geen werkelijk overgegeven gebedsleven. Geen wonder dat de duivel kans heeft hun denken te beïnvloeden, met ne­gatieve gevolgen.

2.Niet vervuld zijn- met de Heilige Geest. Dit is de tweede maar niet minder belangrijke oorzaak. Bent u ge­doopt met de Heilige Geest? Prijst de Heer, als u deze vraag bevestigend, kunt beantwoorden! Maar hoe is het nu? Is de doop met de Heilige Geest een dagelijkse ervaring voor u? Paulus vermaant de in de Geest gedoopte gelo­vigen van Efeze in Handelingen 19: “Wordt vervuld met de Geest” (Ef. 05:18). De doop met de Heilige Geest is een begin, maar de vervulling moet een dagelijkse werkelijkheid zijn. Ons denken moet onder de rechtstreekse heerschappij van de Heilige Geest staan.

Gebondenheid door demonen. (Gal. 05:01) zegt: “Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrij­gemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weer een slavenjuk opleggen”. Dit betekent dus dat, als wij geen stand houden, de duivel ons weer een “slavenjuk” op­legt. Vele kinderen Gods zeggen: “Een kind van God kan niet gebonden zijn”. Dit is niet juist. Natuurlijk gaat het niet aan om “overal de duivel in te zien”, maar laten wij goed beseffen dat wij omringd worden door demonen, die weliswaar door Jezus overwonnen zijn maar wiens eindvernietiging nog moet plaats hebben. Als wij niet in het geloof aanspraak maken op deze overwinning van Jezus binden demonen ons en maken ons onbruikbaar als instrument in Gods hand.

Wat is de uitwerking van goed denken?

Als vrij door de vernieuwing van ons denken werkelijk hervormd zijn, heeft dit heerlijke gevolgen:

We ervaren dat de duivel geen vat op ons heeft, we weerstaan de duivel, niet alleen met onze mond, maar ook in de praktijk van ons leven.

Christus uit, het nieuwe leven open­baart zich.’ De wereld Ten” ook de “slappe” kinderen Gods) ontdekken dat we hervormd zijn.

We doen de dingen die God van ons vraagt. Door de vervulling met de Heilige Geest leren we dat niet iedere gedachte die bij ons opkomt van God is, we leren de geesten onderscheiden.

Wij onderkennen wat de wil van God is: het goede, welgevallige en volkomene. “Het goede” is al die din­gen doen die ook Jezus deed. Daaraan heeft God een welgevallen en dat maakt ons volnaakt.

Daarom: “Wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, naar wordt hervormd door de vernieuwing van uw den­ken”!

 

Strijd en overwinning door A. Schenk

In 1 Samuël 17 vanaf vers 17 (1 Sam. 17:17 v.v.) lezen wij de overbekende geschiedenis van David en Goliath. Het volk Israël was in oorlog met de Filistijnen. En zoals de andere jonge­mannen moésten ook de broers van David dienst doen in het leger van Israël. David was de jongste en kon bij zijn vader blijven, die schapenhouder was.

Totdat op een goede dag zijn vader Isaï hem de op­dracht gaf eens naar zijn broers te gaan kijken, die in het leger van koning Saul dienden.

Als David in het legerkamp van Israël aankomt ont­moet hij daar zijn broers en vraagt naar hun welstand. Dan verschijnt daar opeens op een berg tegenover hun een Filistijn en nog wel een reus en hij begint daar God en het volk van Israël te honen en te vervloeken. Hij daagt het volk uit en zegt: “Wie durft het tegen mij op te ne­men en tegen mij te strijden? Als iemand mij verslaat zullen wij je knechten zijn en als ik je verslaat zul­len jullie onze knechten zijn”.

Dan staat er zo heel typerend in de Bijbel dat het gehele volk van Israël vreesde voor deze woorden. Onder de duizenden was er niemand die het op durfde te nemen tegen deze Filistijn. Ik geloof dat David zich verwon­derd heeft dat er geen enkele Israëlitische soldaat was die dit durfde.

David begint er met zijn broers over te praten. Deze merken wel, dat David dit niet lekker zit. Ook anderen die daar bij staan horen dat David hier belangstellend naar vraagt en al spoedig weet de koning het ook al.

Zijn broers beginnen David te berispen. In (1 Sam. 17:28) staat: ”Ik ken uw overmoed en de boosheid van uw hart”. Herkent u hier iets in, ook van onze tijd? David kan het niet hebben dat God zo getart wordt en in zijn hart ontstaat een verlangen om de strijd aan te binden tegen Goliath. Als zijn broers dat merken, omdat ze zelf te bang zijn, zeggen ze: hij is overmoedig, of beter gezegd: hoogmoedig.

Wij leven in een wereld waar God op alle mogelijke manieren getart en gehoond wordt. Als daar vandaag een kind van God opstaat en de strijd aanbindt met onze vijand, de duivel, en tegen de zonde en ziekte gaat strijden in Jezus’ Naam, dan komt er vaak een golf van protest en vaak nog uit de zogenaamde Gods­dienstige wereld.

Maar David trekt zich niets aan van wat er tegen hem gezegd wordt. Het duurt niet lang of hij is bij koning Saul, maar die spreekt hem ook al geen bemoedigende woorden in. (1 Sam. 17:33) vertelt ons dat Saul zegt dat David nog veel te jong is om tegen deze reus te strijden. Deze mensen beoordelen hem van de buiten­kant, maar wat er in zijn binnenste omgaat, daar den­ken ze niet aan.

David heeft een rotsvast geloof in de Here. (1 Sam. 17:37) zegt: “De Here, die mij gered heeft uit de klauwen van leeuw en beer, Hij zal mij ook redden uit de hand van deze Filistijn”.

Dat is de kracht van David. Heel duidelijk zien we dat ook als hij Goliath tegemoet treedt en zegt: “Ik treed u tegemoet in de Naam van de Here der heerscha­ren” .

Davids strijd was gericht tegen een zichtbare vij­and. Wij, als Gemeente van Jezus Christus, hebben te maken met een onzichtbare vijand, maar zeer reëel. Paulus schrijft aan de gemeente van Efeze in (Ef. 06:12): “Wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”.

David komt tegen de vijand op in de naam des Heren. Dat is zijn kracht. (Ef. 06:10 zegt: “Weest krach­tig in de Here”. Willen wij strijden tegen de vijand en overwinnen, dan zullen wij krachtig in de Here moe­ten zijn. Saul voelt aan dat er vanwege Davids grote vertrouwen in de Here, niet met hem te praten valt en geeft toestemming om de strijd tegen Goliath aan te binden. Hij stelt echter één voorwaarde: David moet de wapenrok van hem aantrekken. Ik stel me zo voor, dat dit wel gemaakt zal zijn van het beste materiaal en door de beste vakmensen van het land, het was immers voor de koning.

Maar hoe goed het ook, is, David. kan zich er niet in bewegen en trekt het weer uit. De Heilige Geest wil ons hierdoor leren, dat iets wat ons maar enig vertrouwen zou kunnen schenken buiten God om, afgelegd moet worden.

Zo kan God alleen tot Zijn doel en eer komen. De strijd die wij te strijden hebben in de hemelse gewesten tegen de machten der duisternis is alleen mogelijk in de kracht van God. En wij moeten alles afleggen wat van ons zelf is.

In (2 Kor. 10:03-04) staat: “Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees, wan­de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maai’ krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, zodat wijde redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus”.

Als wij nu af gaan leggen wat van ons is, kunnen wij aan gaan doen wat van God is.

Davids verwachting was alleen van de Heer. Hij was zich bewust dat het niet zijn strijd was, maar dat het een strijd van de Heer was. (1 Sam. 17:47): “Want de strijd is des Heren en Hij geeft u in onze macht”.

De strijd die wij als Gemeente hebben is de strijd van Jezus Zelf. Hij heeft als Eersteling uit de doden de strijd aangebonden en overwonnen. Wij mogen meehelpen in Zijn kracht uit de overwinning van Hem de vijand volkomen te vernietigen.

De Bijbel zegt dat de satan weldra onder onze voeten vertreden zal worden. Wilt u even goed nadenken bij de woorden? Onder onze voeten, dat wil zeggen: door de Ge­meente.

Willen wij overwinnend strijden dan is het nodig de wapenrusting van God aan te doen, zoals deze beschreven staat in Efeze 6. Graag wil ik een volgende maal daar over schrijven.

’”t Woord van God spreekt: Niet door kracht noch door geweld, – Geeft Hem eer! Geeft Hem eer! –

Door Gods Geest wordt ied’re vijand neergeveld, –

Geeft Hem eer! Geeft Hem eer!

(Glorieklokken 66).

 

De wedergeboorte door Jenny Manschot

Door het geloof

Wie in Jezus gelooft, heeft eeuwig leven, ja, wie in Hem gelooft, is uit God geboren. ”Een ieder, die gelooft, dat Jezus de Christus is, is uit God geboren”

(1 Joh. 05:01a). Dus op het moment, dat wij begonnen te geloven, dat Jezus stierf aan het kruis van Golgotha voor onze zonde, werden wij geboren, geboren uit God, die geest is. (Joh. 04:24).

Naar het vlees waren wij reeds lang geboren. De da­tum waarop en het jaar waarin wij geboren werden, staan nauwkeurig vermeld in de geboorteregisters van het ko­ninkrijk der Nederlanden, waarvan de koningin het hoofd is. Deze inschrijving houdt in, dat wij burgers zijn van het koninkrijk der Nederlanden.

Zo staat ook de datum waarop vrij uit God geboren (wedergeboren) werden, vermeldt in het register( het Boek des Levens) van het Koninkrijk van God. (Filip. 03:20; Ef. 02:19-20a).

En nóg meer zijn wij. Weet u, wie: onze Vader is? Dat is God.’ Wij zijn uit God geboren, daarom is God onze Va­der en zijn wij Zijn kinderen. “Ziet, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het ook”. “Want gij zijt allen zonen van God”. Waardoor? “Door het geloof in Christus Je­zus” . “Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus”. Halleluja! (1 Joh. 03:01; Gal. 03:26-29a).

Het is dus niet belangrijk tot welk kerkgenootschap vrij behoren, of welke samenkomst vrij bezoeken, vrij hebben het eeuwige leven niet, omdat wij lid zijn van de Her­vormde kerk of van een Baptistengemeente, of omdat wij elke week naar spreker zus of zo gaan luisteren, neen, wij hebben het eeuwige leven door het geloof in Jezus, de Zoon van God, die in gehoorzaamheid Zijn leven heeft uitgegoten in de dood, opdat wij, die eertijds dood waren door de zonde, zouden leven door Hem. (Jes. 53:11-12; Ef. 02:04-07a).

Het is dus noodzakelijk, dat wij wedergeboren worden, anders kunnen wij het Koninkrijk van God niet binnen­gaan. In (Joh. 03:03) zegt Jezus: “Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien”. Want “vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven”(1 Kor. 15:50). “Ik zeg u, tenzij ie­mand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Wat uit vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest”(Joh. 03:05-07). Wat wordt dus wedergeboren? Onze geest, want wij zijn geboren uit God, die geest is, en wat uit de Geest geboren is, is geest. Ons lichaam, ons vlees, blijft zo­als het is, want wat uit vlees geboren is, is vlees. Doch straks zal ook dit vernieuwd worden. Halleluja.’ (Filip. 03:21).

Op het moment, dat wij wedergeboren werden door het geloof in Jezus, beseften wij niet, dat wij geboren wer­den. Dit is logisch. Een klein kindje, dat geboren wordt, beseft immers ook niet, dat het geboren wordt. Als het al een beetje groot wordt, vertellen vader en moeder het, dat het geboren is. En omdat vader en moe­der het zeggen gelooft het kindje dit. En naarmate het groter wordt, gaat het zelf steeds meer begrijpen wat geboorte is. Zo gaat het ook met kinderen van God. Eerst begrijpen ze niets van hun geboorte uit God. Maar omdat God, hun Vader, het zegt in Zijn Woord, geloven ze het. Als ze wat ouder zijn geworden, beginnen ze pas te begrijpen wat wedergeboorte is.

Geen erwtensoep en hutspot

Nu kan de vraag rijzen bij een pasgeboren kind van God: hoe kan ik groeien? Welnu, dat is heel eenvoudig. Een baby gaat groeien als het voedsel tot zich neemt En omdat het nog geen erwtensoep en hutspot kan verdra­gen, krijgt het kindje melk. Ook het pasgeboren kind van God gaat groeien als het eet. Het voedsel voor een kind van God is de Bijbel, het Woord van God. En zoals een baby geen erwtensoep en hutspot verdraagt, zo kan ook een pasgeboren kind van God geen zware kost verdra­gen. Ook hij moet beginnen met melkspijs. “En verlangt als pasgeboren kinderen, naar de redelijke, onvervalste melk, opdat gij daardoor moogt opwassen tot zaligheid” (1 Petr. 02:02).

Een klein kindje gaat dus groeien als het eet. Het kindje kan echter niet zelf zorgen voor zijn voeding. Het heeft iemand nodig, die het voedsel voor hem bereidt, opdat zijn maagje het kan verwerken. Ook heeft hét’ iemand nodig bij wie het bescherming kan vinden, aan wie het zijn verdriet kan vertellen, die het op­beurt als het valt en zich bezeert, die het leidt door het leven en het liefde geeft. Het is voor het kindje niet voldoende als het alleen maar eet, neen, het moet ook veel, veel leren voor het volwassen is. En wie wil het kindje nu hierbij helpen? Zijn eigen va­der en moeder’ Zij hebben het kindje niet ter wereld gebracht om het aan zijn lot over te laten, neen, zij willen het kindje opvoeden, opdat het volwassen wordt, opdat het een mens in de maatschappij wordt, Zij wil­len het het beste geven wat zij hebben.

De Heilige Geest wijst ons de weg

Ook het kind van God heeft iemand nodig, die zijn maaltijd bereidt en die hem leidt op de weg van het Leven, die hem leidt tot de volle waarheid, opdat hij tot de mannelijke rijpheid zal komen.

Weet u wie dit doen wil? God, de Heilige Geest. Wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid”(Joh. 16:13a). De Heer Jezus heeft ons niet als wezen achtergelaten, toen Hij van de aarde terugging naar de Vader. Nadat Hij heengegaan is, heeft Hij de Trooster, de Heilige Geest, tot ons gezonden. (Joh. 14:16-18a). De Heilige Geest wil in ons komen wonen als wij ons hart open­stellen voor Hem.

En als wij de Heilige Geest ontvangen hebben, dan zullen vrij niet langer als zwakke mensenkinderen door het leven gaan, maar dan zullen wij voorwaarts gaan als sterke kinderen Gods, want als wij de Heilige Geest ontvangen, dan ontvangen vrij tevens de kracht van God. “Gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heili­ge Geest over u komt”(Hand. 01:08). Dan wordt de kracht van God in onze zwakheid openbaar. “Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, zodat de kracht, die al­les te boven gaat, van God is en niet van ons”(2 Kor. 04:07-08a). En als wij in de kracht van God staan, dan zul­len wij een leven leiden tot eer van onze Heer en Hei­land Jezus Christus en van God de Vader, die Hem gezon­den heeft. Halleluja.’

De Heilige Geest zal ook onze maaltijd bereiden. Dit is nodig, want als wij de Bijbel lezen en de Heilige Geest zou onze ogen niet openen voor de rijkdommen in het Woord van God, dan zou er geen voedingswaarde zijn in ons voedsel. Het is de Heilige Geest, die ons leiden zal tot de volle waarheid, tot de volle kennis van God. De Bijbel – het Woord van God – is de Waarheid, en deze Waarheid kunnen wij niet met ons menselijke verstand ontwaren. Alleen de Geest van God (de Heilige Geest) kan ons deze doen zien. Want niemand weet, wat in God is, dan de Geest Gods. (1 Kor. 02:10-13).

Wel in de wereld, maar niet van de wereld

Omdat het kindje uit zijn ouders geboren is, heeft het eigenschappen van vader en moeder. Het heeft deel aan hun natuur. Naarmate het kindje ouder wordt, komt dit steeds duidelijker naar voren. Zo heeft ook het kind van God deel aan de Goddelijke natuur. (2 Petr. 01:03-04). Hij is immers uit God, zijn Vader, geboren! Naar gelang hij ouder, geestelijk ouder, wordt, zal dit steeds meer openbaar worden.

De wereld moet aan ons, kinderen Gods, kunnen zien, dat wij anders zijn dan zij. Zij moet kunnen zien, dat Je­zus in ons hart woont. Onze houding kan een zeer be­langrijke rol spelen bij het kiezen voor of tegen Jezus van een wereldling.

Om dit “anders zijn” zal de wereld, zullen degenen, die niet voor Jezus kiezen, ons haten, omdat wij hen niet toebehoren. “Indien gij van de wereld waart, zou de wereld het hare liefhebben, doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld uitgekozen heb, daarom haat u de wereld. Indien de wereld u haat, weet dan, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft”(Joh. 15:18-19). “In de wereld lijdt gij verdrukking, maar heb goede moed, Ik heb de wereld overwonnen” ( Joh. 16:33b). Wij hoeven hierom niet bevreesd te zijn, want Jezus heeft de wereld overwonnen. Halleluja! “Hij, die in ons is, is meer dan die in de wereld is” (Joh. 04:05a). Prijst Jezus! Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? (Rom. 08:31-32). Wij hebben een machtige Heiland die nimmer de zijnen vergeet. Halleluja!

De ouders worden er op aan gekeken

Een kind, dat ongehoorzaam is en niet naar zijn ouders wil luisteren, daar komt, in een woord gezegd, niets van terecht. Zo’n kind is beslist niet de trots van zijn ouders. En tegendeel, Hij werkt door zijn houding een blaam op hen. Hij maakt hen tot schande. De mensen zeggen onder elkaar: moet je hem zien. Dat is me er eentje, hoor! Die komt ook niet uit een al te best milieu. Die ouders van hem hadden hem wel eens beter op kunnen voeden. En ga zo maar door. Zo gaat het ook met een kind van God, dat ongehoorzaam is aan zijn Vader en weigert zich te Laten leiden door de Heilige Geest. Zo een kind van God groeit niet, en leeft niet tot de eer van zijn Heiland. De wereld zal aan hem niet kunnen zien, dat hij anders is dan zij en dat Jezus in zijn hart woont. Door zijn houding wordt de naam van Jezus gesmaad, en in plaats dat de wereld Jezus zal aannemen als haar Heer en Heiland, zal ze hem haten. Hoe vaak hoor je niet, dat iemand zegt: mooie God hebben jullie. Moet je eens zien wat de christenen doen. Is dat nu de liefde van jullie God, waar jullie zo prat op gaan! Nee hoor, van zo’n God moet ik niets hebben. Als een kind het verkeerde pad op gaat en zich slecht gedraagt, worden de ouders erop aangekeken. Als een kind van God de verkeerde weg op gaat en een strijd met het woord van God handelt, wordt zijn Vader erop aangekeken en gehoond en bespot. Geliefden daar gij het nu van tevoren weet, wees op uw goede, dat gij niet, door dwaling der zedelozen meegesleept, afvalt van uw eigen standvastigheid. Maar wast op in de genade en in de kennis van onze Heer en Heiland, Jezus Christus. Hem, zei de heerlijkheid, zowel nu als tot de eeuwigheid. En bedrinkt u niet aan wijn, waar bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de geest. (2 Petr. 03:17-18; Ef. 05:18), want het is de Heilige Geest, die ons zal leiden tot de volle waarheid. (Joh. 16:13) en wanneer wij de proef doorstaan, zullen wij de kroon des levens ontvangen. Hallelujah! (Jak. 01:12.

Een kroon, zeer schoon,

wacht ons aan gindse kust!

Nieuws met en zonder commentaar

Drie ouderlingen na herdoop op non-actief

Onder bovenstaande kop schrijft “Trouw” van 25 oktober o.a. De kerkeraad van de Hervormde gemeente te Aalten heeft drie jeugdouderlingen, die zich hebben laten herdopen, op non-actief gesteld. Voorts heeft de kerkeraad aan alle hervormde gezinnen in Aalt en een brief gestuurd, waarin gewaarschuwd wordt tegen de weg die een deel van de gemeente op wil gaan. Een weg, die kerkeraad met grote zorg vervult en die, naar de kerkeraad opmerkt, in sektarisme moet eindigen.

Nadat bekend was geworden dat de drie jeugdouderlingen zich hadden laten herdopen, heeft de kerkeraad hen verzocht af te treden. Toen zij dat weigerden, be­lsloot de kerkeraad dat zij hun werk niet meer mochten

uitoefenen. Hun arbeid zal gedurende de twee jaar, dat u nog zittend” zijn, door anderen worden waargenomen.
In de Hervormde gemeente van Aalten is al een aantal jaren een door de Pinksterbeweging geïnspireerde groep actief. Deze zou een raadsman hebben in ds. W. Glashouwer te Driebergen en er dus niet op uit zijn om tot een breuk met de kerk te komen.

De kerkeraad zegt in het rondschrijven met betrekking tot de kwestie van het herdopen, dat hij niet uit de hoogte wil oordelen over hen, die zich daaraan onderwierpen, maar dat het voor hen vaststaat dat de Hervormde kerk niet kan goedkeuren dat men het dopen van kinderen als onbijbels ziet. Naar wij vernemen heeft één gezin, dat het met het beleid van de kerkeraad inzake deze dingen niet eens is, voor de Hervormde gemeente van Aalten bedankt.

L.G. commentaar – Wij verheugen ons dat ook in Aalten de boodschap van “het volle evangelie” ingang vindt. In dezelfde kerkenraadsbrief wordt n.l. ook

gewaarschuwd tegen de “gebedsgenezing” wat men een, ongepast overvragen noemt”, terwijl “vele beproefden daardoor in verwarring zouden worden gebracht”. Wat de doop betreft zouden wij nog willen opnemen dat ieder woordenhoek duidelijk vermeldt dat dopen betekent: onderdompelen. Wat de kerkeraad “herdoop” noemt is de Bijbelse doop door onderdompeling. Wat

de kerkeraad “doop” noemt is de kinderbesprenging die on-Bijbels is. Bidt voor de broeders en zusters in op de weg van Jezus.

“Op de bodem van de hemel” op T.V.”

Destijds hebben wij in “Levend Geloof” uitvoerig bericht over de film “Gebedsgenezing” van Jan Vrijman met gedeelten uit samenkomsten van evang. Maasbach. Deze film werd niet toegelaten op de Nederlandse televisie. Later bracht Jan Vrijman deze film onder in een nieuwe film “Op de bodem van de hemel”, die in de bioscopen vertoond werd. Thans is deze film wel op de Belgische tv geweest. Evang. Hans Koornstra schrijft daarover in zijn contactbrief van october: De tv is nu niet bepaald het object van onze  “vrije” tijdsbesteding. Maar toen de film van Jan Vrijman “Op de bodem van de hemel” draaide, zaten toch velen van ons “kassie te kijken”. En wat hebben we gezongen aan het eind: “Toen de kracht Gods op mij viel…”. Het deed wat. Niet alleen bij ons. Een gezin uit Dendermonde zat met tranen in de ogen toen de film uit was. Deze vrouw leed aan kanker. Dat wist zet zelf niet, hoor. De dokter had echter de familie gewaarschuwd dat het niet lang meer zou duren. De vrouw wilde juist een reis maken naar Lourdes.

Na het zien van deze film besloot ze toch maar eens nader te informeren bij haar dochter en schoonzoon. Ze dacht: “Die zijn van het Volle Eavngelie, die zullen er wel meer van weten”.

Zo kwamen moeder en dochter bij ons terecht. We mochten haar tot Jezus leiden, de ziektemachten ‘ bestraffen en haar de handen opleggen tot genezing van haar lichaam. Wij geloven in haar genezing. Het gaat goed met haar. Prijst de Heer!

 

Jezus Christus door Dirk k. Wols

Jezus kwam op aarde om zondaren zalig te maken. Hem zij daarvoor alle dank en eer. Zondaren zijn mensen, die hun doel in dit en het toekomstige leven missen en zul­len missen. Als een mooie vaas stuk valt, dan zeggen we we: zonde. Omdat de vaas nu zijn doel mist. Toen de mens “brak”, was dat zonde. Toen de mens in stukken werd gereten door overtreding van het proefverbod, werd hij zondaar met al de vreselijke gevolgen.

Velen vinden de vreselijke gevolgen erger dan dat hij een zondaar is. Daarom zoeken zij een geneesmiddel tegen de gevolgen der zonden, maar Jezus hebben zij niet no­dig. Jezus tast echter het kwaad zelf aan. Hij pakt het zondeprobleem radicaal bij de kop. De verleidde mens wordt heil beloofd, de verleider krijgt de ondergang te horen, want Jezus is Overwinnaar. Met Hem in ons leven verdwijnen ook alle gevolgen der zonde. Want Hij neemt niet alleen onze zonde weg, prijst de Heer, maar maakt ons ook zalig. Zalig, dat is gelukkig. Zondaar zijn is onzalig, ongelukkig. In alle vormen komt dit tot uiting in dit leven. Angst en dreiging beheersen het leven. Maar in Jezus is een zalige, gelukkige tijd aangebro­ken. Hij geeft rust en vrede. Een vrede, waar het ver­stand niet bij kan. Een vrede, die niets en niemand kan verstoren, want Hij is onze vrede. Wat ook wankelt, Hij niet, en in Hem zijn wij onwankelbaar en onaantastbaar.

Hij heeft verschillende namen: Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst. Het be­hoort alles bij de Naam Jezus, Die geboren werd uit een maagd, ontvangen uit de Heilige Geest. Wonderlijk is Zijn oorsprong, komende van de Vader der lichten. Hij werd mens, maar was God. Hij werd in Jezus waarachtig God en waarachtig mens. Door onloochenbare tekenen, zo­dat Zijn tegenstanders de wanhoop meermalen nabij waren, is Hij krachtig bewezen Gods Zoon te zijn met als machtig sluitstuk: de lichamelijke opstanding uit de doden, als bewijs van Zijn geestelijke triomf.

Hij heet Raad. Bij Hem is raad want Hij heet Raad. Voor de radeloze is er raad, en geen halve maar een hele Raad ten leven. Voor de meest ontredderde is Hij Raad.

Hij heet sterke God. Niets is-er wat Hij niet kan.

Hij behoeft dat niet te bewijzen zoals de hel bewijzen wil hebben, maar Hij is sterke God. Door het geloof ervaren wij Zijn Goddelijke kracht door de werking des Geestes. Sterk tegen elk bolwerk, elke hindernis hij zij groot of klein.

Hij heet Vader der eeuwigheid. De eeuwen zijn van Hem, Hij is er de Vader van. Tijd speelt Hem nooit parten, want Hij is in de rust der eeuwen. Wat is 1000 jaar bij Hem? Een speldeknop in de zee der eeuwen. Als de eeuwen ophouden, er geen tijd meer zal zijn, hebben de eeuwen  hun werk verricht en heeft Hij Zijn doel ge­heel bereikt. De eeuwen houden op, de Vader blijft, maar al zouden de eeuwen voortduren zoals velen wil­len, welnu, Hij is de Vader ervan en God zal er in zijn. Prijst de Heer.

Vredevorst is de laatstgenoemde Naam. Vrede op aarde. Vrede in de harten. Vrede onder de volken. Al­les zal bereikt worden omdat Hij de Vorst is van’ de vrede. Hij gebiedt de vrede.

Dit alles werkt Hij uit in en door mensen. Hij legt al Zijn hoedanigheden in de mens. Het kind van God is ook wonderlijk. Geboren, niet uit de wil des vlezes noch uit de wil des mans, maar uit God. Geboren uit water en Geest tot een nieuwe schepping in Jezus. Ook bij de kinderen Gods is er raad, bij de gaven des Gees­tes komt ook voor het geven van goede raad, het lei­ding geven in ijver. In de kinderen Gods openbaart Hij dat Hij de Sterke God is. Hij wil Zijn kinderen begif­tigen met gaven van krachten en hen vergezellen met tekenen en wonderen. Hij is door Zijn kinderen heen een hulp in benauwdheden. In hen is Hij ook de Vader der eeuwen. We hebben de tijd. Geen onrust door tijdgebrek want we geloven. We haasten niet, De eeuw ligt in ons hart. We dragen ook de Vrede uit en gebieden die in ” Zijn Naam in beknelden en gebondénen. Want Jezus werkt door middel van Zijn kinderen. Hij is het Hoofd en wij Zijn lichaam en ieder afzonderlijk leden van dat li­chaam. Dit heeft niets te maken met een abonnement te hebben op “Kracht van Omhoog”, “De Pinksterboodschap” “Stromen van Kracht” of “Nieuw Leven” en zelfs niet op “Levend Geloof”. Menselijke groepsvorming valt daarbui­ten, we zijn alleen Zijn Lichaam als we door Hem willen gebruikt worden als een levend werkend lid. Het mag wat moeizaam gaan in het begin, om los te komen van banden die ons binden, als we willen, zullen we ook ervaren dat Hij ons als lid al beter kan gebruiken.

Jezus leeft, en wij met Hem. Jezus stierf, en wij met Hem. Jezus overwint, en vrij met Hem. Jezus voer ten hemel, en wij met Hem. Jezus vertrad de hel, en wij met Hem. Wij zijn dan altijd met Hem verbonden en niets kan ons scheiden van de liefde Gods in Christus Jezus.

Sommigen zeggen dat wij Jezus zelf zijn. Dat is niet juist. Wij zijn het Lichaam van Hem. Hij is het Hoofd. Wij moeten nog leren te gehoorzamen aan de juiste bloedsomloop’ en aan wat het Hoofd ons zegt te doen. Hij moet zo menig­maal in ons nog gestalte krijgen. Hij kan nog niet vol­komen in ons werken. We zijn dikwijls zo eigenwijs en houden ook ons eigen hoofd nog om te rade te gaan bij vlees en bloed.

Maar Jezus is Dezelfde, gisteren en heden en tot in eeuwigheid. Alleen de leden van het Lichaam zijn zo on­handelbaar dikwijls, zo weinig bereid tot volle medewerking .

Stel uw leven in Zijn dienst. Zijn dienst is veelvor­mig. Allemaal behoeven vrij geen zendeling te worden, maar er is overal werk. Werk in eigen omgeving, waar ook gebondenen zuchten en kreunen onder het slavenjuk. Waar ook mensen zijn die roepen: Kom over en help ons,. De nood is groot, men behoeft er niet naar te zoeken.

Jezus verbreekt de werken des duivels. Ja, door u heen. Sommigen wachten op de kracht van de Geest om dan toe te slaan als zij die voelen. Dat is echter geen ge­loof. Het zal niet door kracht of geweld geschieden maar door de. Geest, en de Geest werkt Zijn kracht uit door het geloof. De rechtvaardige zal uit het geloof leven. Paulus, kwam met veel vrezen en beven het geheimenis Gods verkondigen te Korinthe. Hij voelde zich helemaal niet krachtig en sterk, maar tastte dóór in het geloof dat hij in Gods weg was?

Velen gebruiken echter het gevoel als een krachtmetingen instrument, maar als men weet in Gods weg te zijn door het geloof, dan handelt en wandelt men uit geloof. We zullen dan ervaren, dat God overkomt met Zijn kracht in Jezus door de Heilige Geest.

Jezus Christus.

Geen Naam is er zoeter en beter voor ’t hart.

Hij balsemt de wonden en heelt alle smart.

Hij neemt de zonden weg, en maakt zalig. Hij is de Gezalfde des Heren, zoals ook wij gezondenen zijn des Vaders, gezalfd met vreugdeolie des Geestes.

O, zoete Naam met Uw verborgen schatten!

Jezus, Jezus, Uw Naam ter eer!

Want Gij zijt der mensen en engelen Heer!

 

Is Jezus een realiteit voor ons? door J. Noë

“En hun ogen werden geopend en zij herkenden Hem”(Luc. 24:31).

Lieve vrienden, we zullen dit keer eens onze aan­dacht bepalen op het Schriftgedeelte dat gaat over de Emmaüsgangers .(Luc. 24:13-35), want, weet u, het is zo toepasselijk op ons.

We kunnen deze geschiedenis feitelijk in 3 fasen verdelen n.l.

1.Teleurstelling, droefheid en ongeloof in verband met Jezus’ kruisiging, dood en opstanding.

2.Blijdschap en geloof doordat de Schrift een openbaring voor hen werd.

3.Hét zien en herkennen van Jezus, door­dat hun ogen werden geopend.

 

1.De Emmaüsgangers waren teleurgesteld en bedroefd uit Jeruzalem naar hun dorp vertrokken. Hun hoop was de bodem Ingeslagen, hun vertrouwen, hun geloof was ten zeerste geschokt. Jezus, de Nazarener, een man, die een profeet was, machtig in werk en woord voor God en het gehele volk; een man waarvan ze verwachtten, dat Hij Israël verlossen zou, was gekruisigd, dood, begraven en het was nu reeds de derde dag. Hoe in jammer, maar dat was, voorbij; fini! Wat hadden zij zich niet voorgesteld van Jezus als Verlosser, maar dat bleek nu een waan­voorstelling te zijn. Enkele vrouwen hadden kletspraat­jes verkocht. Volgens hun bewering waren ze bij het graf geweest en dat bleek leeg te zijn; engelen zouden hun gezegd hebben, dat Jezus was opgestaan uit de doden en leefde. Enige discipelen waren toen op nader onderzoek uitgegaan en hadden het graf inderdaad leeg gevonden, maar Jezus hadden ze niet gezien. Ongeloof was in het hart van hen allen. Ofschoon Jezus alles had voorzegt wat er ging gebeuren, waren ze horende doof geweest en hadden het niet begrepen.

Is het zo ook niet gesteld met vele “christenen” heden ten dage? Zijn, zij ook niet ziende blind en horende doof? Hoevelen willen en kunnen niet accepteren of kun­nen het geloof niet opbrengen om te aanvaarden wat de Schrift zegt en belooft. Ze laten zich door alles wat de wereld biedt, op wat voor gebied ook, en alles wat er in de wereld gebeurt, beïnvloeden, waardoor ze zich afvragen: “Bestaat God nog wel?”. Als ze nog een geloofsleven hebben, wordt dat één en al teleurstelling. Als twijfel en ongeloof je hart vervult, kun je geen zegen verwachten. Je wordt moedeloos en als je niet op­past glijdt je steeds verder af en leidt je ten lange leste volkomen het leven van een ongelovige.

De mannen van Emmaüs luchtten hun hart aan de vreemdeling, die zich bij hen gevoegd had en ze hadden er geen flauw vermoeden van, dat het Jezus was. Let nu op wat Jezus tegen hen zei, alvorens met Zijn Bij­bel les te beginnen. Hij begon met een berisping: “O, onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben”. Hij verweet hun dus hun ongeloof. Vervolgens ging Hij over tot het uit­leggen van de Schriften.

2.Het werd een openbaring voor hen. Hun teleurstelling, hun verdriet, hun moedeloos­heid, verdwenen en maakte plaats voor blijdschap ten­gevolge van het geloof, dat in hun “harten wortel begon te schieten. “Was ons hart niet brandende in ons, ter­wijl Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende?”, zeiden ze later tegen elkaar.

Jezus: “O gij, onverstandigen en tragen van hart, gij teleurgestelden, moedelozen, treurenden, kleingelovigen, afgedwaalden, wijzen en onverstandigen, dat gij niet gelooft alles wat de Schrift zegt”. Vrienden, de Bijbel is- geen studieboek, dat je met je verstand moet benaderen, want dan loop je onherroepelijk vast en je komt er niet uit. Jezus zegt niet voor niets: “Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het zeker niet binnengaan”. Ook bidt Hij tot de Vader: “Va­der, Ik dank U, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan de kinderkens geo­penbaard”. We dienen dus in geloof, in volkomen over­gave, als een klein kind, Alees wat de Schrift ons zegt te aanvaarden. Laten wij ons niet door de gedachte laten verontrusten: Ja, maar de Bijbel is door mensen geschreven. Dat is inderdaad zo, maar ze zijn door Gods Geest geleid. Lees de Bijbel er maar op na. Zou de al­machtige God, Schepper aller dingen, niet bij machte zijn te zorgen, dat Zijn Woord onvervalst wordt weerge­geven? Net zo goed als God door de mond van profeten spreekt, heeft Hij de geest en hand, van de schrijvers der geschriften gebruikt om Zijn boodschap aan de men­sen door te geven. Dit niet te accepteren is dus in feite een belediging voor God, daar we twijfelen aan Zijn almacht. Als we Gods Woord doorlezen, bemerken we, dat het kernpunt, waar alles om draait, is Zijn verlossingsplan met deze wereld. Door de val van Adam en Eva is de vloek der zonde over de wereld gekomen en is satan overste der wereld geworden. God zei echter te­gen satan in het paradijs: “Ik zal vijandschap zetten tussen uw zaad en haar zaad en het zal u de kop ver­morzelen en gij zult het de hiel vermorzelen”. Daartoe heeft Hij Zijn Zoon, Jezus Christus, uit de maagd Maria doen geboren worden, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou, om ons te verlossen uit diens macht, van zonden en ziekten, waardoor wij nieuwe scheppingen zou­den worden, volkomen waardig om als mede-erfgenamen, als koningskinderen, als Godes zonen, onze plaatsen in te nemen in de hemelse gewesten. Jezus moest daarvoor een lijdensweg gaan en als Zoon des mensen, als het Lam Gods, Zijn lichaam, zijn bloed, zijn leven ten offer geven en op Golgotha heeft Hij dit volbracht.

Vervolgens heeft Hij gezegevierd over de dood en heeft daardoor de sleutels van het dodenrijk. Na deze volkomen overwinning, deze volkomen verlossing, heeft Hij zich, in een verheerlijkt lichaam, aan velen laten zien en is daarna opgevaren ten hemel. Hij heeft Gods plan volvoert en zit nu op de troon aan de rechterhand van de Vader om te oordelen de levenden en de doden. Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Als ons hart dit machtige Godswerk in geloof aanneemt, worden wij geestelijk wedergeboren en wordt het evangelie een openbaring voor ons. Alleen door Zijn Geest in ons kun­nen wij begrijpen de grote rijkdommen die het Woord be­vat; ons hart wordt dan brandende in ons.

3.In het hart van de Emmaüsgangers had dus een geestelijke omwenteling plaats gevonden. Ze had­den geestelijke honger gekregen en wilden nog meer van deze vreemdeling die met zo’n autoriteit de Schriften uitlegde, horen. Ze nodigden Hem daarom uit om bij hen te verblijven on Hij stemde toe. En toen gebeurde het. “En het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, do zegen uitsprak, het brak en het hen toe­reikte. En hun ogen werden geopend en zij herkenden Hem”. Ik twijfel er geen ogenblik aan of ze zullen met diep ontzag en grote ontroering naar Hem hebben geke­ken. De uit de doden opgestane Heiland in hun midden. Wat een geweldig en adembenemende gebeurtenis. En voor ze dit goed en wel hadden kunnen verwerken, was Hij ver­dwenen, ineens weg. Er zal wel een stomme verbazing op hun gezichten te lezen zijn geweest. Grote vreugde ech­ter doorstroomde hun hart, hun moeheid verdween en ze huppelden, als het ware, de gehele weg weer terug naar Jeruzalem om het grote nieuws aan de broeders te vertellen.

Zo gaat het ons ook. Als ons hart brandende in ons is, krijgen we geestelijke honger en willen meer vreten van het evangelie van het Koninkrijk. Ons geloof gaat groeien en als we de Schrift gaan onderzoeken, zullen we ‘bemerken, dat we heel wat los moeten laten, als we Hem willen volgen, dingen waarvan je niet verwachtte, dat die een belemmering zouden kunnen zijn. Ook zal je bemerken, dat de waterdoop door onderdompeling, en de doop met de Heilige Geest noodzakelijk zijn om een nieuwe schepping in je te verwerkelijken. En als onze geest gemeenschap heeft met Zijn Geest, dan gaan we Hem zien en kennen en wordt Hij een realiteit voor ons. We zullen dan ontdekken, dat Hij de weg, de waarheid en het leven is, het werkelijke leven, het eeuwige le­ven en dat ons domicilie in de hemelse gewesten is. Halleluja.’

Doch we weten, dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht gegeven heeft om de Waarachti­ge te kennen en wij zijn in de Waarachtige, in Zijn Zoon, Jezus Christus. Dit is de Waarach­tige God en het eeuwige leven. (1 Joh. 05:20), Amen.